Tramlijnen in Leiden
Het vaak vertraagde project RijnGouwelijn kent een kort stadstraject in Leiden, maar bestaat vooral uit de inzet van sneltram-voertuigen, op de bestaande spoorlijn naar Gouda. Een toekomstige verlenging, naar Katwijk en Noordwijk, zou dan als sneltram uitgevoerd worden. Hier wordt een volledig tramnet in de agglomeratie Leiden voorgesteld, dat juist geen gebruik maakt van de spoorlijn naar Gouda (of elders). Die lijn wordt dan eerder geïntegreerd met de geplande Stedenbaan vanuit Dordrecht. Enkele nieuw stations zouden ook door de tramlijnen bediend worden.
Leiden telt 117 000 inwoners, de Regio Holland-Rijnland bijna 400 000. De regio is de opsteller van het Regionaal Verkeers- en Vervoersplan (RVVP), met de RijnGouwelijn als enige tramproject. Leiden had vroeger zowel een stedelijk tramnet, als interlokale tramlijnen. De meesten zijn aangelegd door de NZH, dat begon met de stoomtram Haarlem – Leiden in 1881. De lijnen, bekend als de Blauwe Tram, bereikten ook Katwijk aan Zee (1881), Noordwijk aan Zee via Rijnsburg (1885), en Den Haag via Leidschendam (1924). Begin 20ste eeuw liepen stadstramlijnen van Station Leiden naar Plantage, Haarlemmerstraat, en Oegstgeest (Endegeest), en ook van Plantage tot Hooge Rijndijk, en van Rijndijk tot Oegstgeest (Kerkbuurt). Vanuit Dan Haag liep een interlokale tram van de HTM, via Wassenaar, naar Leiden (Gele Tram, 1925).
Station Leiden ligt op de Oude Lijn Amsterdam – Rotterdam (1847). In 1878 kreeg het een verbinding met Utrecht, over de enkelsporige spoorlijn Leiden – Alphen – Woerden. Over deze lijn rijdt tegenwoordig een “Intercity” – al stopt deze op bijna alle stations, en doet het er 46 minuten over de 49 km. Bij Alphen aan den Rijn begint de enkelsporige spoorlijn Alphen – Gouda (17 km, 1934).
De RijnGouwelijn bestaat voorlopig uit de lijn Alphen – Gouda, met medegebruik van de lijn Leiden – Alphen. In de uiteindelijk versie, zouden de sneltrams de spoordijk verlaten bij station Leiden Lammenschans, en door de binnenstad rijden, naar het station. Onenigheid over het tracé, vooral door de Breestraat, heeft de uitvoering herhaaldelijk vertraagd. In 2008 werd uiteindelijk gekozen voor een tracé via de Hooigracht en Langegracht: de werkzaamheden zullen pas in 2014 beginnen.

De rechthoekige oude binnenstad van Leiden is makkelijk herkenbaar: de singels zijn geheel bewaard. Het station ligt slechts 200 m van het noordwestpunt van de oude stad.
Het voorstel hier bestaat uit een stamlijn, dat gelijk is aan het stadstraject van de RijnGouwelijn. Het loopt van Station Lammenschans, door de binnenstad naar het station, en door Leeuwenhoek (Leiden Bio Science Park). Eén van de lijnen die daarvan aftakken, komt overeen met het voorkeurstracé voor de RijnGouwelijn naar de kust, en wordt meer als een sneltram uitgevoerd. De overigen worden als stedelijke tramlijnen uitgevoerd: het materiaal zou wel hetzelfde zijn. (Vergelijk lijn 26 in Amsterdam, met standaard Combino trams op een sneltram-traject). De voorgestelde tracés zijn deels oude tramlijnen, deels onderzochte opties voor de RijnGouwelijn, en deels geheel nieuwe voorstellen. Naast de radiale lijnen, komen er ook twee tangent-lijnen, die niet via de stamlijn rijden.
Voor deze lijnen maakt het niets uit, welk tracé wordt gevolgd door de binnenstad. Daarop is één uitzondering: een radiale lijn naar Station De Vink, via Noordeinde en de Haagweg, zou het beste op een tramlijn door de Breestraat aansluiten. Omdat deze lijn ook twee knelpunten vermijdt (brug bij de Turfmarkt, en een scherpe bocht aan het einde van de Breestraat), kan het ook naast een Hooigracht / Langegracht tracé uitgevoerd worden. Met slechts één lijn door de Breestraat, zijn er ook geen capaciteitsproblemen.
De stamlijn begint bij Station Lammenschans, waar de spoorlijn naar Alphen de Lammenschansweg kruist (op viaduct). De tramlijn volgt de Lammenschansweg richting binnenstad. Na de brug over de Singel, gaat het Breestraat-tracé (donkerrood) rechtdoor. Aan het einde van de Breestraat maakt het een scherpe bocht, en bereikt het station via de Beestenmarkt en Stationsweg. Het voorkeurstracé (rood) gaat iets naar links, via de Oranjeboomstraat naar de Hooigracht, en dan met een haakse bocht naar de Lange Gracht. Het bereikt Station Leiden via Molenwerf en Schuttersveld. (Beide varianten bereiken het stationsplein vanuit het noorden). De lijn gebruikt de bestaande Walenkamp-tunnel onder het spoor, en rijdt langs het academisch ziekenhuis LUMC. Het tracé door Leeuwenhoek volgt de Sandfortdreef, Zernikedreef, Einsteinweg, en Ehrenfestweg, tot aan de Plesmanlaan (bij de kruising met de Haagse Schouwweg). Het tracé door Leeuwenhoek is tamelijk bochtig, en kan mogelijk verbeterd worden (zwart-rode lijn), wellicht ook zonder sloop.
De lijn naar De Vink zou, komende vanaf de Breestraat, rechtdoor gaan langs Noordeinde. Met een halte bij het Kantongerecht, bedient het ook de universiteitsgebouwen aan de Witte Singel. Het rijdt verder over de Haagweg en de Waddingerbrug, en dan naast de spoorlijn naar Station De Vink. Dit tracé kruist de spoorlijn naar Alphen, maar deze zou toch in tunnel moeten (om twee overgangen en een lage brug over de Rijn te vervangen).
Afgezien van deze Vink-lijn, zouden ongeveer 10 lijnen aftakken van de stamlijn. Die lijnen worden apart beschreven:
- lijnen naar het zuidwesten (Voorschoten, Wassenaar)
- lijnen naar de kust (Oegstgeest, Rijnsburg, Katwijk, Noordwijk)
- lijnen naar het noorden (Oegstgeest, Sassenheim, Warmond)
- lijnen naar het oosten (Rijndijk, Leiderdorp)
Daarnaast zijn twee tangent-lijnen denkbaar, van Leiderdorp naar De Vink, en van Lammenschans naar Rijnsburg.




