Infrastruct

Proposals for new transport infrastructure

Archive for the ‘Urban region rail lines’ Category

Spoorlijn Almere – Harderwijk

without comments

De spoorlijn van Amsterdam naar Noord-Nederland maakt een grote omweg, want toen het gebouwd werd, lag er nog een woeste Zuiderzee. Met de bouw van de Hanzelijn – een halfslachtig alternatief voor de Zuiderzeelijn – wordt de route eindelijk verkort. De Hanzelijn is echter, door planologische compromissen, langer dan nodig. Het voorstel hier is eenvoudig, en voor de hand liggend: een verbinding tussen Almere en Harderwijk. De versie hier is vooral bedoeld voor regionale verbindingen, maar biedt ook een kortere route Amsterdam – Zwolle.

Klik om te vergroten…

almere-harderwijk

Een lijn Almere – Harderwijk is op zich geen origineel voorstel. Het is genoemd in het verleden, als alternatief voor een lijn via Lelystad – maar voor zover ik weet nooit officieel onderzocht. De lijn zou deels gebruik maken van een planologische reservering, voor een spoorlijn ten zuid-oosten van Almere. Deze reservering komt nog regelmatig ter discussie, als tracé van een lijn over de Stichtse Brug naar Hilversum. Ooit had het een andere functie: er was naast Almere een tweede nieuwe stad in Zuidelijk Flevoland bedacht, tegenover Spakenburg of Putten. Het voorstel hier is niet bedoeld om dat plan tot leven te wekken (de lijn ligt te ver naar het noorden). Het is ook niet primair bedoeld voor de ontsluiting van Almere-Hout, maar kan die taak ook vervullen.

De nieuwe lijn zou van de bestaande lijn aftakken, ten oosten van Station Almere-Parkwijk, tussen de Hoge Vaart en de Lage Vaart. Als het ooit de bedoeling was, om hier een spoorlijn te bouwen, dan is de reservering krap. Het moet verruimd worden door de sloop van enige woningen. Daarna kan de lijn een de Tussenring volgen, en vervolgens de A6 kruisen bij afrit 6.

almere-centrum

Vanaf afrit 6 gaat de lijn door Almere-Hout, het geplande vijfde stadsdeel van Almere. De ontwikkeling stagneert, doordat bijna all groei aan de westkant van Almere plaatsvindt. Veel grond is nog in agrarisch gebruik – dat is op zich een voordeel, bij de bouw van nieuwe infrastructuur. De bouw, en locatie, van stations in Almere-Hout hangt natuurlijk af, van zijn toekomstige ontwikkeling. De nieuwe lijn zou globaal de Kievitstocht / Kievitsweg volgen, en het verlengde daarvan, de Tureluurweg. Het zou dan draaien naar het oosten, langs de noordkant van de Hoge Vaart, evenwijdig aan de N305.

2 km verder kruist de lijn de Hoge Vaart, en gaat verder naast de N305. Er zit dus een bocht in het tracé, omdat het door Almere-Hout loopt (en de bestaande infrastructuur volgt). De bocht zelf kan ruim uitgevoerd worden, maar een rechte lijn naar Zeewolde zou natuurlijk korter zijn. (Deze zou beginnen bij afrit 6, en door open agrarisch gebeid lopen, ten oosten van de A27. Het zou 3 km korter zijn, en hogere snelheden toelaten).

Na 5 km naast de de N305, buigt de lijn af richting Zeewolde. De lijn gaat hier door het Horsterwold, een groot bosgebied. De natuurgebieden in dit bos (‘Stille Kern’) worden niet getroffen: ze liggen verder naar het zuiden. Bij het golfterrein daalt de lijn in een ondiepe tunnel, en kruist de N705 (Spiekweg), naar de bebouwde kom van Zeewolde.

Zeewolde heeft 21 000 inwoners – het is eerder een geïsoleerde nieuwbouwwijk, dan een dorp. De lijn kan gebruik maken van een brede groenstrook (haaks op de dijk), en in het verlengde daarvan de brede Horsterweg. Het (ondergrondse) station komt precies in het centrum, pal naast het Gemeentehuis.

zeewolde

Direct na het station, gaat de tunnel onder de dijk, en verder onder het randmeer Wolderwijd, richting Harderwijk. De tunnel tussen de N705 en Harderwijk wordt 6-7 km lang, waarvan 4 km onder water. De bouw van een tunnel in dit randmeer is technisch geen enkele probleem: het is maar 4 m diep, op sommige plaatsen slechts één meter.

Aan de overkant, in Harderwijk, begint direct een woonwijk (Stadsweiden). Hier is de bouw wel ingrijpend, want sloop is de enige optie. Het gaat echter niet om grote aantallen woningen, want na ongeveer 300 m kan de tunnel onder de Voorste Wei en de Weiburglaan. De tunnel bereikt dan het stationsplein van het huidige Station Harderwijk, waar een kantoorgebouw gesloopt moet worden. Hier komt een station onder maaiveld-niveau (in tunnel, of verdiept), met een perron bijna evenwijdig aan de bestaande perrons. Omdat de overgang (Stationslaan / Oranjelaan) toch dicht moet bij de bouw, kan het door een brug vervangen worden.

station-harderwijk

Het voordeel van deze ligging van het station, is dat de aansluiting op de bestaande lijn verderop plaats kan vinden, langs de Mauritslaan, waar er voldoende ruimte is. Er lijkt ook voldoende ruimte voor keersporen, voor treinen uit Almere die hier keren. De nieuwe lijn sluit aan op de spoorlijn Utrecht – Zwolle (1863).

Harderwijk zelf heeft 37 000 inwoners, de gemeente 46 000. Het is het grootste centrum tussen Amersfoort en Zwolle, en een knooppunt voor het busvervoer. Het is daarom een logische eindplaats voor treindiensten, die gericht zijn op woon-werk verkeer naar Almere en Amsterdam. Doorgaande inter-regionale treinen zouden Almere met Zwolle verbinden. Er zijn nog drie stations in gebruik, tussen Harderwijk en Zwolle (twee zijn gesloten).

Met de nieuwe lijn, via Almere-Hout, is het 32 km van Almere Centrum naar Harderwijk. (De snelle variant is, zoals gezegd, 3 km korter). Het is 28 km van Amsterdam naar Almere Centrum, en 39 km van Harderwijk naar Zwolle. De nieuw ontstane route Amsterdam – Zwolle is 99-100 km lang – iets korter dan de Hanzelijn via Lelystad (103 km). Amsterdam – Harderwijk wordt verkort van 73 km tot 60 km.

De reistijden zouden afhangen van het gebruik van de lijn. Een louter stadsregionale dienst is denkbaar, tussen Almere-Poort en Harderwijk, maar evengoed een Intercity Amsterdam – Almere Centrum – Harderwijk – Zwolle. Bovendien heeft de verbinding Amsterdam – Almere invloed op de vervoersstromen. Als deze flink verbeterd wordt, dan zal het forensisme zich nog verder naar het oosten verplaatsen – een proces dat al een eeuw gaande is. Als Harderwijk binnen 30 minuten van Amsterdam ligt, dan zal de noordrand van de Veluwe (Ermelo, Nunspeet, Elburg, ‘t Harde) definitief tot het forensengebied gaan horen. Het is echter niet logisch, dat Amsterdamse stadsregionale diensten verder rijden dan Almere-Hout. Eventueel kunnen de eerste 7-8 km van het nieuwe tracé viersporig uitgevoerd worden, waardoor deze dienst in Almere-Hout volledig gescheiden wordt van de overige treinen. Viersporigheid tussen Amsterdam en Almere is een voorwaarde voor deze optie, die een Intercity-reis Amsterdam – Harderwijk van 30 minuten mogelijk maakt.

Written by infrastruct

November 7, 2009 at 21:01

Tram in Tilburg

without comments

Tilburg heeft 204 000 inwoners, genoeg om een tramnet te rechtvaardigen. Vergelijk de eerdere voorstellen voor radiale tramlijnen in Den Bosch of een bescheiden tramnet in Dordrecht. In die voorstellen is er één stamlijn met aftakkende lijnen, in Tilburg komen er twee stamlijnen, één oost-west en één noord-zuid. Om de Tilburgse binnenstad ligt een stratenring, een rechthoek van ongeveer 900m x 600m. De huidige buslijnen gebruiken deze binnenring (de helft op de heenweg, de andere helft op de terugweg). Dit model is niet geschikt voor de tram, maar de hier voorgestelde radiale tramlijnen gebruiken ook de binnenring, behalve de westzijde.

Klik om te vergroten …

tilburg-binnenring

In de naoorlogse wijken beschikt Tilburg over brede, vaak rechte straten, die zeer geschikt zijn voor een tramlijn. De vooroorlogse wijken zijn een erfenis van het verleden als textielstad: smalle radiale hoofdstraten met vaak armoedige laagbouw. Sommige ‘hoofd’-straten zijn ontstaan als 19e-eeuwse lintbebouwing tussen dorpskernen. Maar ook in de VINEX-wijken ontbreken vaak geschikte tracé’s voor tramlijnen. Deze wijken werden gebouwd voor de auto, met een restbediening door buslijnen.

Tilburg had nooit een stedelijk tramnet, wel drie steektram-lijnen – naar Turnhout via Goirle, naar Waalwijk via Loon op Zand, en naar Oosterhout via Dongen. De stad kreeg vroeg een spoorlijn (Staatslijn E, 1860). Naast station Tilburg, zijn er maar twee stations. Tilburg-Reeshof heeft slechts een half-uur-dienst (stoptrein Breda – Utrecht). Tilburg-West ligt op 800 m loopafstand van de universiteit: het heeft een kwartier-dienst richting Tilburg (stoptrein Breda – Utrecht, en stoptrein naar Eindhoven). De stations van de dorpen Udenhout en Berkel-Enschot, beiden inmiddels deel van de gemeente Tilburg, zijn gesloten.

De voorstellen voor een tramnet veronderstellen een grootschalige opwaardering van de spoorlijnen rond Tilburg, waaronder de voorgestelde HSL Tilburg – Eindhoven, en een mogelijke HSL naar Den Bosch ter vervanging van de huidige lijn. Een viersporige lijn Breda – Tilburg is een voorwaarde voor hoogfrequente stadsregionale stoptreinen (S-Bahn).

De oost-west stamlijn zou evenwijdig aan de spoorlijn lopen. Het wordt gebruikt door drie tramlijnen, die totaal vier stations aandoen, inclusief een nieuw station Tilburg-Oost (aan de Ringbaan Oost). De stam loopt over de Cobbenhagenlaan, Hart van Brabantlaan en Spoorlaan, langs Station Tilburg.

Drie lijnen zouden beginnen in de VINEX-wijken van Tilburg-West (en zouden de taak overnemen van buslijnen 2, 3 en 4). Eén lijn zou beginnen in Koolhoven, dat nog in aanbouw is. Het loopt over Koolhovenlaan en Witbrantlaant, evenwijdig aan de spoorlijn, en buigt dan af naar de Bredaseweg. Bij de Hogeschoollaan, draait het naar het noorden, en sluit aan op de stam bij de universiteit. Het maakt, met andere woorden, een omweg om het landgoed Oude Warande (barok park, ontworpen 1712).

tilburg-reeshof

Voor de bediening van de wijken ten noorden van de spoorlijn lijkt een tramtracé over de Langendijk de beste optie. Eén lijn zou beginnen aan de rand van Dalem-Noord, en loopt eerst via Middeldijkdreef en Bijsterveldenlaan. Het zou dan aansluiten op de Langendijk: enkele huizen en een fitness-centrum moeten daarvoor wijken. De Langendijk fungeert als groenstrook, en het tracé wordt doorsneden door voetpaden. De inpassing is dus moeilijk, maar er is voldoende ruimte voor een tram. Een tweede lijn zou beginnen bij Station Reeshof, en loopt via Reeshofweg en Campenhoefdreef naar winkelcentrum Heyhoef. Het gaat dan, via de brede Genemuidenstraat en Dubbeldamstraat, naar de Langendijk: een apotheek moet wijken bij de aansluiting.

Een tramlijn inpassen in een VINEX-wijk zal altijd moeilijk zijn, omdat de wijken met opzet voor een geheel andere vervoermiddel zijn ontworpen. Het gaat echter om het corrigeren van planologisch falen uit het verleden. Het openbaar vervoer in een VINEX-wijk bestaat meestal uit laagfrequente slingerende buslijnen, over de ontsluitingswegen. Ze zullen nooit voldoen als vervoerssysteem.

Na de VINEX-wijken lopen de twee tramlijnen over de Platteweg, Baden Powelllaan, Westerpark, allemaal breed en recht genoeg. Het tram-tracé draait naar het zuiden over de Statenlaan, langs het winkelcentrum, en gaat onder station Tilburg-West. Het sluit aan op de stam, op 500 m van de universiteit.

tilstam-west

Aan de oostkant van de stam zouden eveneens drie lijnen aftakken. Eén draait na Station Tilburg naar het zuiden, langs Heuvel (dat als hart van de stad geldt). Het gaat verder over de Piusstraat naar Broekhoven, en eindigt bij het St. Elisabeth ziekenhuis (zoals buslijn 3). De Piusstraat is typerend voor de smalle radiale straten: het is net breed genoeg voor een tramlijn – maar niet in combinatie met overig verkeer of parkeren. Het moet volledig heringericht worden.

tilburg-elisabeth

De andere lijnen gaan verder over de Spoorlaan, en splitsen na het Interpolis-gebouw. De ene gaat via de Nieuwe Bosscheweg naar de Ringbaan Oost, verder door de wijk Jeruzalem, en eindigt aan de Ringbaan Zuid (Cenakel). De andere gaat richting Berkel-Enschot over de Bosscheweg. Hiervoor is een schuin-lopende tramtunnel onder de spoorlijn nodig, van Spoorlaan tot Bosscheweg. Als daar toch gebouwd wordt, dan kan de straat net zo goed onder de spoorlijn – hiermee wordt zijn oorspronkelijk ligging hersteld. Boven de tramtunnel komt een nieuw station ‘Tilburg-Oost’, op ongeveer 1300 m van het hoofdstation: dat veronderstelt ook een viersporig tracé.

tilburg-oostzijde

Een tweede stamlijn zou noord-zuid lopen. Het begint in Tilburg-Noord, een jaren-60 stadsuitbreiding aan de overkant van het Wilhelminakanaal. De wijk wordt bediend door drie slingerende buslijnen, met elk een eigen route naar de binnenstad. Slechts het busstation bij winkelcentrum Heikant wordt door alle drie lijnen aangedaan. Daar zou ook twee tramlijnen beginnen: een ring-buslijn in de wijk kan bijna alle overige haltes overnemen. De tram rijdt zuidwaarts over de Haendellaan, en kruist het Wilhelminakanaal via (of naast) de bestaande brug, naar het plein Julianapark.

tilburg-noord

Vandaar moeten de beide lijnen richting de Besterdring. Er is geen geschikt tram-tracé hier, en daarom is het voorstel, om het maar aan te leggen. Een doorbraak dus – maar door de Houtstraat globaal te volgen, en dankzij de lage dichtheid, kan de sloop waarschijnlijk beperkt blijven tot enige tientallen huizen. Het doorbraak-tracé wordt ongeveer een kilometer lang.

doorbraak-noord

De lijnen gaan verder over de Besterdring (dat wel breed genoeg is) naar het NS Plein, onder het spoor, en langs Heuvel. Ze gaan verder over de binnenring (Paleis- en Schouwburgring), en splitsen na de Schouwburg. De ene lijn rijdt naar de Korvelseweg: een verouderd gebouw op de hoek moet hiervoor wijken. De tram rijdt dan door Korvel: ook deze smalle hoofdstraat moet volledig heringericht worden. Vanaf Korvel gaat de lijn over de veel bredere Goirleseweg, naar Goirle.

De tweede lijn uit het noorden rijdt vanaf de Schouwburg door over de Bredaseweg. Bij de Vierwindenlaan kruist de weg het voormalige tracé van de spoorlijn uit Turnhout. Hier is er niets te zien, de lijn werd al omgeleid voordat de wijk werd gebouwd, maar verderop in de wijk Blaak is het tracé nog aanwezig. De tram zou (eventueel via de Roijstraat) naar de Vierwindenlaan draaien. Na de kruising met de Baroniebaan, is het tracé door Blaak in gebruik voor een groenstrook met fietspad (Dongepad). Op sommige plekken is de lage spoordijk nog goed zichtbaar. De tramlijn zou eindigen aan de zuidkant van de wijk Blaak, tegen de snelweg aan.

goirle-lijn

Twee tangent-lijnen, die globaal evenwijdig aan de spoorlijn lopen, zouden de radiale lijnen aanvullen. De zuidelijke tangentlijn begint bij winkelcentrum Statenlaan. Het loopt via Station Tilburg-West en de Cobbenhagenlaan naar de universiteit, en vervolgens over de Hogeschoollaan naar de Bredaseweg. Het gaat dan richting centrum over deze weg, passeert de Schouwburg en Heuvel, en gaat onder het spoor naar het NS Plein. Daar zou het naar rechts afbuigen, via de Enschotsestraat, naar een eindpunt aan de Ringbaan Oost, of in het bedrijfsterrein Loven II.

De noordelijke tangentlijn zou bij de universiteit beginnen. Het gaat ook onder Station Tilburg-West, en draait naar rechts over de Wandelboslaan. De straten zijn breed, en de lijn deelt het tracé met andere lijnen. Daarna gaat de lijn over Kwaadeindstraat, Wilhelminapark, en Veldhovenring, die smaller en bochtiger zijn. Bij de kruising met de Hasseltstraat zou de straat verlegd moeten worden, met sloop van de bebouwing aan de zuidkant. De lijn kruist de noord-zuidlijnen, en rijdt verder over de Molenstraat naar Ringbaan Oost. Het rijdt over deze weg, door de wijk Jeruzalem, naar een eindpunt aan de Ringbaan Zuid . Dit laatste stuk deelt het met de lijn uit Reeshof. Eventueel zouden de twee tangentlijnen aan elkaar gekoppeld kunnen worden, tot een ringlijn – eerder een ‘rechthoeklijn’.

tangenten-tilburg

Tangenten-rechthoek in rood

Er is nog een tramlijn denkbaar, dat een meer specifieke functie heeft: een buiten-ringlijn over de naoorlogse ringweg. Het zou in elk geval makkelijk aangelegd kunnen worden: de wegen zijn overal breed. Deze ring is echter niet gesloten, er ontbreekt een stuk ‘achter de universiteit’: de tram lijn rijden via winkelcentrum Statenlaan, Station Tilburg-West, en de voorkant van het universiteitsterrein.

tilburg-buitenring

Tilburg zou uiteindelijk 7 of 8 tramlijnen hebben. De langste lijnen zouden ongeveer 15 km lang zijn, bijvoorbeeld Reeshof tot Berkel-Enschot. Dat is redelijk lang voor een stadstram: de twee langste lijnen in Amsterdam zijn elk 12,5 km lang. De noord-zuid lijn Heikant – Goirle zou 10 km lang zijn.

Written by infrastruct

November 4, 2009 at 19:12

Nieuwe lijn Leiden – Zoetermeer

without comments

Zoetermeer was oorspronkelijk een dorp in de polder, met een eenvoudig station op de lijn Den Haag – Gouda. Het werd als groeikern uitgebouwd tot een stad met 121 000 inwoners, dit zonder na te denken over de regionale spoorverbindingen. Het kreeg een eigen spoorlijn (Zoetermeer Stadslijn), maar dat bleek onvoldoende. Daarom moest er een tweede station komen op de lijn naar Gouda, met vertraging van de Intercity’s als gevolg. De Zoetermeer Stadslijn raakte in verval, en werd uiteindelijk in het Haagse tramnet opgenomen – waardoor de reistijden langer werden. Een deel van deze lijn wordt binnenkort gedeeld met de Rotterdamse metro, waardoor het wel Rotterdamse vertragingen krijgt, maar geen directe verbinding met die stad. Vanaf de jaren ‘90 werd Zoetermeer vooral aan de randen uitgebreid, waardoor de oorspronkelijke stations niet meer op loopafstand liggen. Dit opeenstapelen van planologische fouten bevorderde sterk het autoverkeer.

Klik om te vergroten…

leiden-zoetermeer

Hier wordt in elk geval een goede verbinding met Leiden voorgesteld. Deze stad heeft 117 000 inwoners, de Regio Holland-Rijnland bijna 400 000. De verbinding zou enigszins vergelijkbaar zijn met de lijn Utrecht – Nieuwegein / IJsselstein, en dat wijst in eerste instantie op een sneltram. De lijn moet echter ingepast worden in het netwerk rond Leiden. De ‘Oude Lijn’ Rotterdam – Leiden wordt de komende jaren gebruikt door een metro-achtige Stedenbaan. Daarnaast blijven de overige NS-diensten rijden. Met de Haagse tram en de Rotterdamse metro, is dat vier systemen. Toevoeging van een vijfde is niet gewenst, of het moet volledig gescheiden blijven. (De hier voorgestelde lijn blijft in elk geval gescheiden van het voorgestelde tramnet in Leiden).

De verbinding zou eerst het tracé volgen van de lijn Leiden – Alphen – Woerden, tot station Lammenschans. De lang geplande RijnGouwelijn zou de spoorlijn hier verlaten (om door de binnenstad te rijden), daarom wordt dat project verder buiten beschouwing gelaten. (Eventueel kan 500 m tracé dubbel uitgevoerd worden).

Treinen naar Woerden en Utrecht gebruiken een eigen perron met twee kopsporen, aan de stadszijde van Leiden Centraal (perron rechts op deze foto). Enkele honderden meters verder, buigt de lijn af, om de Oude Rijn te kruisen (hier ‘Galgewater’ / ‘Rijn’). De brug is aan vervanging toe, en de spoorlijn kruist de kades. Los van het gebruikte systeem, is vervanging door een tunnel een voorwaarde voor elk intensief gebruik van dit tracé. Vanaf het Plesman-viaduct zijn slechts 420 m beschikbaar, om te dalen naar een tunnel. Als de weg onder het viaduct (Plesmanlaan) verlaagd wordt, dan kan de lijn dalen over 600 m, al vanaf de Walenkamptunnel. Een ongelijkvloerse kruising met de Oude Lijn, waarmee treinen kunnen doorrijden naar het noorden, zou zeer ingrijpend zijn. (Mogelijk kunnen de twee kopsporen doorgetrokken worden).

Na de Oude Rijn, zou de lijn weer aan de oppervlakte komen, op het terrein van een voormalig goederenstation, achter de Witte Singel en de Rijn en Schiekade. Dit is een uitstekende plek voor een nieuw station, aan de westkant van de binnenstad, tussen de wijken Haagwegkwartier en Vreewijk, en vlakbij het universiteitscomplex Witte Singel. Het station komt ter hoogte van de Klooslaan en de bocht in de Witte Singel (Sterrenwacht, voormalig bolwerk). Een doorbraak, met voetgangersbrug en busbaan over het nieuwe station heen, zou de Klooslaan en Witte Singel verbinden.

sterrenwacht-omgeving

Ongeveer 1300 m verder, ligt Station Lammenschans. Daarna moet de lijn het Rijn-Schiekanaal kruisen. Ook hier kruist de lijn een drukke weg, ook hier is een tunnel nodig, en ook hier is er onvoldoende ruimte voor een helling vanaf het huidige station. Wat wel mogelijk lijkt, is dat de Lammenschansweg verlaagd wordt, met het station op maaiveld-niveau. Dan is er genoeg ruimte voor een dalende helling, naar een kanaal-tunnel of aquaduct.

Na het Rijn-Schiekanaal zou de lijn afbuigen, en 90 graden draaien om Park Cronesteyn, om even naast de A4 te lopen. Het kruist dan de snelweg, om bij de carpool de N206 te bereiken. De lijn loopt vervolgens aan de westzijde van deze weg, langs Zoeterwoude. Er komen twee stations, één aan de noordkant bij de carpool / Santhorstweg, en één aan de zuidkant, bijvoorbeeld bij de Zwanebloemlaan. Zoeterwoude heeft 4500 inwoners.

sterrenwacht-zoeterwoude

De lijn blijft de N206 globaal volgen, richting Stompwijk. De lijn kan op sommige plaatsen achter de agrarische bebouwing lopen, met een tunnel voor vee en machines. Ook Stompwijk (2500 inwoners) krijgt een station. Daarna kruist de lijn de Zoetermeerse Meerpolder, richting Zoetermeer.

Het tracé door de polder is afhankelijk van het tracé in Zoetermeer: de nieuwe lijn zou naast, of evenwijdig aan, de N206 lopen. Bovendien wordt de polder, 4-5 m onder NAP, in de toekomst mogelijk gebruikt als waterberging. Dat maakt een viaduct of dijk nodig (ook voor de N206).

stompwijk-polder

In Zoetermeer kan de lijn aansluiten op het tracé van de Stadslijn bij halte Buytenwegh (gele lijn). Deze lijn loopt hier pal naast de ringvaart van de polder: er hoeft niets gesloopt te worden. De lijn uit Leiden zou dan het tracé van de Stadslijn overnemen, tot aan Centrum-West, waar het een eigen perron moet krijgen. De lijn bedient dan het centrum, en geeft overstap (bij station Voorweg Laag/Hoog) op de lijn naar Den Haag. De pas omgebouwd zuidelijke lus gaat echter weer verloren voor Randstadrail lijn 3.

Een alternatief is dan om met een boog in de Zoetermeerse Meerpolder (blauwe lijn), en om de wijk Buytenwegh heen, de lijn uit Den Haag te bereiken. Dat zou net ten westen van Voorweg Laag gebeuren. (Enkele huizen in Buytenwegh moeten wijken, maar de eerste wijken van Zoetermeer staan toch op de nominatie voor grootschalige sloop). De lijn uit Leiden kan dan naast de bestaande lijn doorgetrokken worden tot aan Centrum-West. Hiermee is ook het centrum bereikt (de omgeving van dit station wordt volgebouwd), en bij Voorweg kan overgestapt worden, voor alle overige haltes.

zoetermeer-west

Een volledig gescheiden tracé in Zoetermeer maakt het ook mogelijk, om de hele lijn met een eigen systeem uit te voeren, bijvoorbeeld als lichte automatische metro. De kruising van de Oude Rijn en het Rijn-Schiekanaal wordt dan eenvoudiger: zulke lichte metro-voertuigen kunnen een helling van 10% aan. Wat niet kan, is mede-gebruik van de spoorlijn naar Woerden: een lichte metro moet naast deze lijn komen, tot voorbij het Rijn-Schiekanaal.

Een verbinding Leiden – Zoetermeer rechtvaardigt op zich wel een eigen systeem – Zoeterwoude en Stompwijk krijgen hun stations als het ware cadeau. De lijn wordt ongeveer 15 km lang. Met 6 tussenhaltes, zou een lichte metro daarvoor rond 20-25 minuten nodig hebben.

Written by infrastruct

October 22, 2009 at 21:00

Revised: Sittard-Heerlen-Aachen regional metro

without comments

Written by infrastruct

October 17, 2009 at 13:39