Tram in Oostelijke Mijnstreek

De Oostelijke Mijnstreek rond Heerlen is een klassieke mijnbouw-agglomeratie, met verstedelijkte dorpen en losse woonwijken. Het is wel groot en stedelijk genoeg voor een tramnet. Bestuurlijk valt dit gebied onder Parkstad Limburg, met 240 000 inwoners. Daarvan wordt een gedeelte bediend door de bestaande spoorlijnen, maar de frequenties zijn laag, en de oude dorpskernen liggen niet altijd naast het station.

De hier voorgestelde tramlijnen vormen een aanvulling, op een nieuwe regionale metro rond Aachen, de grootse stad in de regio. Deze S-Bahn zou de huidige ‘light-train’ diensten van euregiobahn vervangen. Een nieuwe lijn in tunnel onder de Akerstraat zou Heerlen met Aachen verbinden.

Klik om te vergroten: de voorgestelde regionale metrolijn Heerlen – Aachen, met ondergronds tracé in Heerlen.

Regional metro Heerlen - Aachen

 
Nieuwe tramlijnen zouden de stations van deze regionale metro verbinden, met woonwijken en dorpskernen. De Oostelijke Mijnstreek had eerder een tramnet, van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij. Eén lijn liep van Heerlen naar Hoensbroek, later verlengd naar Sittard. Het had een zijtak naar Brunssum. Een tweede L-vormig lijn liep eerst van Heerlen richting Aachen, en draaide dan naar Kerkrade. Later kreeg het een verlenging naar Locht, waar het alsnog op de Akense tram aansloot.

Hier wordt een waaier van vier radiale lijnen voorgesteld, vanaf Station Heerlen met daarbij een tangentlijn Nuth – Brunssum. Ze bedienen het gebied ten noorden van de spoorlijn, in de gemeenten Heerlen (89 000 inwoners), Brunssum (29 000) en Landgraaf (38 000). De tracés liggen voor de hand: ze volgen vaak de bestaande buslijnen, en twee gebruiken oude tramroutes. Daarom zijn ze ook niet in groot detail beschreven.

Klik om te vergroten…

Tramlijnen in de Oostelijke Mijnstreek

 
Alle spoor- en tramlijnen in Zuid-Limburg moeten rekening houden met hellingen. De spoorlijnen volgen de dalen, met karakteristieke gebogen tracés: een tram volgt het stratenpatroon, en moet soms klimmen. Moderne trams kunnen een helling van 8% aan, een trolleybus tot 15%. Er zijn ook twee systemen, die een tram-bovenleiding combineren met rijden op banden: de Bombardier Guided Light Transit en Translohr. Beiden kunnen hellingen van 13% klimmen.

Het is natuurlijk niet zo, dat elke straat in Zuid-Limburg steil omhoog loopt: het probleem beperkt zich tot enkele plekken. Een voertuig dat geschikt is voor de steile hellingen, is misschien elders in het nadeel. Lokale ‘insnijdingen’ (een verlaagde weggedeelte) en korte tunnels, zijn daarom ook een alternatief voor een afwijkend voertuig. Hier wordt verder simpelweg over ‘tram’ gesproken.

Tracé’s

De vier radiale tramlijnen zouden gebruik maken het bestaande busstation, aan de noordzijde van Station Heerlen. Deze is makkelijk aan te passen voor gebruik door trams. Het stationsgebied wordt heringericht, met nieuwbouw over de sporen, maar het busstation wordt niet bebouwd.

De eerste lijn (oranje lijn A op de kaart) gaat naar Hoensbroek, via Zeswegen en Overbroek. Het rijdt eerste via de Spoorsingel en de CBS-weg. Het tracé kan langs het winkelcentrum in Zeswegen, maar daarna moet de tram een helling af, op de Mijnzetelweg. Een alternatief is dat de lijn bij het CBS-gebouw de weg verlaat, en vervolgens naast het spoor loopt (langs de watertoren). Aan het einde van de Dudoklaan, gaat het verder over de Holtlaan, aan de rand van de wijk.

De tramlijn kruist de Terhoevenderweg bij de rotonde, en gaat dan rechtdoor over de Breukerweg en Koumenweg. Het gebruikt het oude weg-tracé (achter het benzinestation) en gaat verder over de Heerlerweg naar Overbroek. Het volgt nu de buslijnen (21 en 24): de straten moeten aangepast worden, maar zijn breed genoeg.

Via de Hanssenlaan en de Nieuwstraat bereikt de lijn het centrum van Hoensbroek. Vanaf de Nieuwstraat draait het, over de Marktstraat, naar een eindpunt op de Markt zelf. Het geeft hier overstap op de tangentlijn Nuth – Brunssum, dat in Hoensbroek via Marktstraat en Nolensstraat zou rijden. De lijn Heerlen – Hoensbroek wordt circa 6 km lang, met 8-10 tussenhaltes.

De tweede radiale tramlijn (blauw, lijn B) volgt grotendeels de oude tramlijn richting Sittard (en de huidige buslijn 41). Via de Spoorsingel en Kloosterweg bereikt het de Sittarderweg, een brede voormalige hoofdweg door de wijk Grasbroek. Bij de Wickraderweg is de straat tegenwoordig afgesloten: de verbinding kan probleemloos worden hersteld. De tram volgt de oude hoofdweg door Beersdal (Schelsberg), naar het winkelcentrum van Heerlerheide.

Via Ganzeweide komt de lijn op de huidige hoofdweg (Terhoevenderweg en Akerstraat Noord). Bij de Emmaweg kruist deze lijn ook de tangentlijn Nuth – Brunssum. Hier is overigens geen dorpskern: de oude tramlijn vervoerde mijnwerkers naar de Staatsmijn Emma. De tram zou doorrijden, naar een eindpunt tussen Amstelrade en Oirsbeek (bij de Rabobank). Het wordt circa 7,5 km lang, met rond 15 tussenhaltes.

De derde lijn ( (licht-groen, lijn C) deelt het tracé van lijn B, tot aan het einde van de Sittarderweg. Het gaat verder over de Herenweg en Akerstraat richting Brunssum, de route van bus 28. Dit is de kortste weg en, afgezien van enkele hellingen, een probleemloos tram-tracé. Het bedient de wijken Maria-Christina, Versiliënbosch en Langeberg, maar geen dorpskern of winkelcentrum.

In Brunssum gaat de tram verder over de oude hoofdweg, Rumpenerstraat, met daar twee haltes. Het eindigt op het Koutenveld, een groot plein (eigenlijk parkeerterrein), op 100 m van de belangrijkste winkelstraat. Deze lijn wordt circa 7 km lang, met 10-11 tussenhaltes.

Het tracé in het centrum van Brunssum wordt gedeeld met de tangentlijn uit Nuth (donkergroen, lijn D) . Deze begint bij Station Nuth, met een halte aan de noordzijde van het brede emplacement. De tram gebruikt eerst het tracé van de oude mijn-spoorlijn: een brug over de Geleenbeek moet herbouwd worden.

In de lokale politiek, werd ooit gesproken van light-rail op dit oude mijnspoor. Dat staat echter niet in het projecten-overzicht van de Euregio Maas-Rijn: bovendien is het tracé inmiddels gedeeltelijk bebouwd. Tramlijn D heeft dezelfde functie als een light-rail lijn, maar rijdt wel door de dorpskernen.

Bij de Wingerdweg verlaat tramlijn D de oude spoorlijn, en volgt verder de huidige buslijn 51 door Hoensbroek: Juliana Bernhardlaan, Marktstraat, Nolensstraat, Kouvenderstraat. De forse helling in de Kouvenderstraat is waarschijnlijk het grootse knelpunt in dit tracé, maar het lijkt niet te steil voor een tram.

In de Marktstraat is overstap op de radiale lijn A, en bij de Akerstraat Noord op lijn B. Daarna gaat de lijn verder over de Emmaweg naar Brunssum. Het volgt het mijnspoor-tracé: delen van de spoordijk zijn naast de weg te vinden. Na het Bodemplein, gebruikt de tram dezelfde tracé als lijn C uit Heerlen. De tangentlijn D wordt circa 8 km lang, met 11-12 tussenhaltes.

De vierde radiale lijn (rood, lijn E) gaat de andere kant op vanaf de Spoorsingel, richting Landgraaf (Lichtenberg). Het volgt daarbij de bestaande buslijn (22 en 29): Schaesbergerweg, Heerlenseweg, Op de Heugden, Beethovensingel, naar het winkelcentrum van Landgraaf (de naam van de gemeente, niet van een dorp). De lijn gaat verder over de Hoofdstraat, onder de N299, naar Ubach over Worms. De tram rijdt over de Hovenstraat naar de dorpskern: de buslijn vermijdt deze straat, maar het is is net breed genoeg. Bij de winkels is misschien genoeg ruimte voor een keerlus: zo niet, dan kan de tram een lus rijden via de Kerkstraat en Korte Hovenstraat. Deze tramlijn wordt circa 7,5 km lang, met 11-12 tussenhaltes. Het gedeelte in Landgraaf, met vier haltes, wordt gedeeld met de voorgestelde tangentlijn Landgraaf – Parkstad Stadion.

Het ligt voor de hand, om deze lijn E te koppelen, aan lijn A uit Hoensbroek. De gehele lijn wordt dan 13-14 km lang (vergelijkbaar met lijn 14 in Amsterdam). De twee lijnen via de Sittarderweg (B en C) kunnen misschien ook worden gekoppeld, aan lijnen richting zuiden. Behalve de voormalige L-vormige lijn naar Kerkrade, zijn geschikte tracé’s moeilijk te vinden: meer daarover later.

De buslijnen moeten ook aangepast worden. Zoals vaak het geval, hebben de huidige lijnen een slingerend tracé door de woonwijken, om alle woningen binnen 400 m van een halte te brengen. Aanleg van een tram maakt concentratie op de hoofdlijnen onvermijdelijk, maar aanvullende buslijnen blijven noodzakelijk.

Tram in Oostelijke Mijnstreek

4 thoughts on “Tram in Oostelijke Mijnstreek

  1. Jillis says:

    “In de lokale politiek, werd ooit gesproken van light-rail op dit oude mijnspoor. ” Want is uw bron hiervoor? Ik vind dit – de streek kennende – nl. een gemiste kans.

    1. infrastruct says:

      Niet meer te vinden, dat was waarschijnlijk in de jaren ’90, toen er nog vele lightrail-plannen in omloop waren.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s