Spoorvisie 2040 van de ChristenUnie

In de aanloop tot de landelijke verkiezingen, worden plannen gelanceerd voor nieuwe spoorlijnen, nieuwe metrolijnen en tramlijnen, nieuwe stations, en verbetering van het OV. Dat is een vast ritueel bij verkiezingen, en 99% van de plannen wordt meteen daarna vergeten. Dit jaar heeft de ChristenUnie het groots aangepakt: fractie-medewerker Frank Visser bundelde meerdere projecten in een landelijk plan: Spoorvisie 2040. Een deel daarvan is opgenomen in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie: Visser zelf is al vertrokken naar de NS. Het stuk is vooral een lijst, en geeft bijna geen details. Daarom is het niet altijd duidelijk, wat de bedoeling is.

spoorkaart-fragment

De ChristenUnie is een partij van het gereformeerde platteland, en dat is terug te vinden in Spoorvisie 2040. Er ligt veel nadruk op de regionale lijnen, zeker waar de eigen achterban woont, en dat gaat ten koste van de reistijd tussen de steden. Zo moet de Intercity stoppen in het orthodox-protestants bolwerk Kampen, en Leerdam moet een eigen trein naar Utrecht krijgen. Afgezien van zulke voorbeelden, zullen de infrastructuur-projecten bekend voorkomen: sommigen staan al in de officiële planning (MIRT), anderen op de wenslijst van de lokale of regionale politiek. Hieronder worden ze vergeleken met eerdere voorstellen op deze blog. De lijst met 150 nieuwe stations wordt apart behandeld, in een tweede deel.

Grenoverschrijdende lijnen

Spoorvisie 2040 bepleit grensoverschrijdende Intercity’s, vaak op de route van vroegere internationale treinen. De lijst begint met een Intercity Eindhoven – Sittard – Luik/Köln. De treinen worden gesplitst, en rijden van Maastricht door naar Liège-Guillemins, en van Heerlen door naar Aachen en Köln. Met geschikte treinen is misschien een uurdienst haalbaar op de bestande lijnen. Hier werd veel meer voorgesteld: een hogesnelheidslijn Maastricht – Liège (HSL), waarvoor er meerdere tracé-opties beschikbaar zijn. Een Intercity Heerlen – Aachen is al langer in gesprek: minimaal vereist dit elektrificatie en verdubbeling van de lijn naar Herzogenrath. Meer is waarschijnlijk nodig, als het vanaf Aachen moet doorrijden naar Köln. Hier werd een HSL Sittard – Aachen voorgesteld, op een nieuw tracé langs de snelweg A76/BAB4. Deze zou overigens Heerlen niet bedienen.

hsl-geleen-aachen

Een Intercity Den Haag – Eindhoven – Düsseldorf is een variant op de oude internationale trein naar Köln, via Venlo. Tot aan Breda, zou het de HSL-Zuid gebruiken. In dit geval is de infrastructuur in Nederland toereikend, maar na de afschaffing van de internationale trein werd de lijn Venlo – Mönchengladbach verwaarloosd. Spoorvisie 2040 stelt her-verdubbeling voor, en dat kan waarschijnlijk snel, als Nederland ervoor betaalt. Hier werd een nieuwe HSL Venlo – Neuss voorgesteld, met een aftakking richting Krefeld. De lijn Venlo – Mönchengladbach word dan overgelaten aan de regionale treinen. De HSL naar Neuss kan zijn tracé delen met een HSL Nijmegen – Köln, maar de voorstellen zijn onafhankelijk van elkaar uitvoerbaar. Ook een HSL Eindhoven – Venlo werd hier voorgesteld, maar de bestande lijn kan waarschijnlijk voor 200 km/h geschikt worden gemaakt, behalve in Helmond.

Spoorvisie 2040 voorziet ook een Intercity Zwolle – Enschede – Münster. Dat vereist elektrificatie en verdubbeling, tussen Zwolle en Almelo, en tussen Enschede en Münster. Hier werd een HSL Zwolle – Twente voorgesteld, met aansluitend een HSL naar Münster op nieuw tracé.

Klik om te vergroten...

twentemunster-hsl

Een Intercity Groningen – Bremen – Hamburg, zoals Spoorvisie 2040 bepleit, is op dit moment onhaalbaar: de Emsbrug bij Weener werd bij een aanvaring beschadigd, en de reparatie duurt jaren. Maar ook met een vervangende brug, is deze enkelsporige lijn ongeschikt voor lange-afstands treinen. Hier werd een HSL Groningen – Bremen voorgesteld, grotendeels op nieuw tracé.

De bestande Intercity van Amsterdam naar Brussel moet volgens Spoorvisie 2040 tweemaal per uur gaan rijden. Het wordt ook “versneld door het schrappen van de stops in Breda en Zaventem”. Toch blijft, volgens de kaart in het stuk, één trein per uur via Zaventem rijden, om Station Brussel-Luxemburg te kunnen bedienen, in de Europese wijk. De lijnen naar Brussel zouden niet in Amsterdam starten, maar in Almere, en via Bijlmer-Arena rijden. Dit moet blijkbaar via de Flevolink, meer daarover bij ‘Verbindingsbogen’.

Nieuwe spoorlijnen

Spoorvisie 2040 bepleit vier nieuwe spoorlijnen, dat wil zeggen op nieuw tracé. Drie daarvan zijn bekende projecten, die al jaren wachten op financiering.

De spoorlijn Utrecht – Breda is de bekendste ‘ontbrekende schakel’ in het spoorwegnet. Af en toe zijn er concrete voorstellen tot uitvoering, zoals in een Visienota van BAM en Goudappel Coffeng uit 2008. Dat zou een regionale lijn worden, met zes nieuwe stations: Houten-West, Vianen, Gorinchem West, Nieuwendijk, Raamsdonkveer en Oosterhout. Spoorvisie 2040 volgt dat model, met een extra station in Meerkerk. Hier werd een snelle inter-regionale lijn voorgesteld, met slechts drie stations: Vianen, Gorinchem-West, en Oosterhout. De lijn zou operationeel worden gekoppeld aan een hogesnelheidslijn Utrecht – Zwolle, waardoor een noordoost-zuidwest corridor ontstaat (Zwolle – Utrecht – Breda). Het tracé is in alle voorstellen nagenoeg gelijk, omdat de lijn de A27 zou volgen.

Spoorlijn Utrecht - Breda.

De spoorlijn Utrecht – Huizen – Almere bedient nieuwe stations in Almere Hout, Huizen, Blaricum, en Laren-Eemnes. Het is een variant van de ‘Stichtse Lijn’, een trein of sneltram tussen Almere en het Gooi. De eerste plannen zijn waarschijnlijk zo oud als Almere zelf (1976). Vanaf het nog te bouwen stadsdeel Almere-Hout, zou de lijn de snelweg A27 volgen, langs de rand van het Gooi, naar Hilversum. Om Utrecht te bereiken, moet de lijn verder langs de A27 naar Hollandsche Rading, en daar aansluiten op de spoorlijn Hilversum – Utrecht. Daarmee wordt Hilversum niet bediend, en de ligging ten opzichte van de Gooise dorpen is ook onhandig. Het grootse nadeel is echter de lange omweg over de Stichtse Brug. Daarom werd hier een nieuwe spoorlijn Almere – Naarden – Bussum voorgesteld, met een tweede spoorbrug bij de Hollandse Brug, en een boog richting Naarden. Omdat de lijn naar Hilversum viersporig zou worden, kan ook een sneltrein Almere – Utrecht rijden.

Verkorting spoorlijn Flevoland - Gooi

Om de Gooise dorpen te bedienen, werd hier ook een tram Hilversum – Almere voorgesteld. Deze zou het Gooimeer kruisen op een viaduct, of in tunnel, bij Huizen-Haven. De lijn is alleen zinvol bij de aanleg van een tramnet in Het Gooi. Er is echter geen ‘ideaal tracé’ tussen Almere en Hilversum, omdat Almere gewoon niet daarvoor ontworpen is.

De spoorlijn Lelystad – Heerenveen – Groningen is beter bekend als de Zuiderzeelijn. Als je een spoorlijn over de Afsluitdijk meetelt, dan staat deze ‘tweede lijn naar het Noorden’ al 120 jaar op de politieke agenda. Na aanleg van de Hanzelijn, vond ‘Den Haag’ dat er al genoeg geld is uitgegeven, en de Zuiderzeelijn is officieel geschrapt. Een definitief tracé werd nooit bepaald, maar de lijn moet in elk geval langs Emmeloord en Heerenveen. Spoorvisie 2040 gaat uit van een tracé langs de A6 en A7, met stations in Lemmer, Heerenveen, Drachten en Leek.

Hier werd een afwijkend tracé voor de Zuiderzeelijn voorgesteld. Het begint met een Flevo-HSL naar Zwolle, dat de kronkelige Hanzelijn vervangt, en gebruikt een eigen tracé langs Swifterbant, met een tunnel onder het Ketelmeer.

zuiderzeelijn-ketelmeer

Ten noorden van Emmeloord volgt nog een afwijkend tracé, door de polders onder Heerenveen: daarna volgt de lijn wel de A7 naar Groningen. Dat tracé is vooral bedacht als snelle verbinding Amsterdam – Groningen. Spoorvisie 2040 lijkt uit te gaan van een kruisstation in Heerenveen-Zuid, maar in combinatie met de bediening van Lemmer, worden daarmee teveel bochten aan het tracé toegevoegd.

De vierde nieuwe lijn in Spoorvisie 2040 is een bypass van Roermond, een nieuwe lijn tussen Weert en Sittard, zonder stations. Dit tracé is geen onderwerp van politiek debat, maar is wel hier besproken, met twee varianten. Een HSL Eindhoven – Sittard zou de route flink verkorten: het tracé is bijna een rechte lijn, deels door Vlaanderen. Een minder ingrijpend alternatief is een HSL bypass van Roermond, langs de snelweg A2.

Verder bepleit Spoorvisie 2040 verdiept spoor tussen Naarden-Bussum en Bussum Zuid, met inhaalmogelijkheden bij de stations. Hier werd volledige ondertunneling met vier sporen voorgesteld, ook in aansluiting op het nieuwe tracé richting Almere, en een nieuwe spoorlijn langs de A1 naar Naarden.

Spoorvisie 2040 verwijst ook naar de IJmeer-metro, en bepleit de aanleg van “het eerste deeltraject Diemen-IJburg”. Dat kan echter zonder een IJmeer-metro, en is ook al langer gepland. Hier is al opgemerkt dat een IJmeer metro of sneltram wel IJburg met Almere verbindt, maar verder niets toevoegt aan de verbinding Amsterdam – Flevoland.

Nieuwe infra goederenvervoer

Spoorvisie 2040 bepleit de aanleg van een noordtak van de Betuweroute, richting Twente. Ooit was er spake van een nieuwe goederenspoorlijn, vergelijkbaar met de Betuweroute zelf. Gaandeweg is het project ingekrompen tot een verbindingsboog bij Deventer, en nu is dat ook geschrapt, en zullen de treinen over bestande lijnen rijden. Wellicht met aanpassingen, maar ook dat is tot na 2020 uitgesteld. Op de infra-kaart in Spoorvisie 2040, blijken de aanpassingen beperkt tot vier sporen tussen Nijmegen en Arnhem, en verdubbeling en elektrificatie van de lijn Zutphen – Hengelo.

Hier werd een afwijkend Noordtak-tracé voorgesteld, dat Twente vermijdt. De Noordtak is namelijk bedoeld voor vervoer richting noord- en oost-Duitsland, en kan beter bij Rheine op de Duitse hoofdlijnen aansluiten.

zevenaar-rheine

Voor goederenvervoer naar Noord-Nederland bepleit het stuk omleiding via Emmen. Dat is afhankelijk van een herstelde verbinding Emmen – Stadskanaal, deels op nieuw tracé. Dit project staat wel op de infra-kaart in Spoorvisie 2040, maar zonder verder details.

Verbindingsbogen

Spoorvisie 2040 bepleit nieuwe verbindingsbogen, om nieuwe diensten mogelijk te maken. Het omvangrijkste project is de Uithoflink, omschreven als “een verbinding naar de Utrechtse Uithof”, met het bijkomend voordeel dat treinen Rotterdam-Amersfoort in Utrecht niet meer hoeven te keren in Utrecht. Er wordt geen tracé genoemd, maar vermoedelijk doelt het stuk op Station Rijnsweerd en een spoorlijn langs de A27. Dit is de kortst mogelijke verbinding, tussen de lijn uit Amersfoort en de zuidkant van Utrecht Centraal. Het vermijdt inderdaad het keren, maar het station ligt niet op De Uithof (universiteit /hogeschool /ziekenhuis). De 50 000 studenten en 20 000 werknemers zullen moeten overstappen op bus of tram.

Hier werden verschillende voorstellen gedaan, om De Uithof aan te sluiten. Meest recent werd een nieuwe lijn ten zuiden van De Uithof voorgesteld. De lijn bereikt Amersfoort via Soesterberg en De Vlasakkers.

2e spoorlijn Utrecht - Amersfoort

Spoorlijn door De Vlasakkers

Om De Uithof aan te sluiten, wordt een ondergrondse aftakking voorgesteld, dat eindigt in een kopstation bij het Academisch Ziekenhuis.

rhijnauwen-tracé

Zonder verdere details, weten we niet wat de ChristenUnie in gedachte heeft. Een lijn langs de A27 is met acht kilometer meer een ‘nieuwe lijn’, dan een ‘verbindingsboog’. Het tracé heeft meer te maken met nieuwbouw aan de oostkant van Utrecht, dan met de aansluiting van De Uithof.

Ook de zogenaamde Flevolink is meer dan een verbindingsboog. Het gaat om een verbinding tussen de lijn uit Almere, en de hoofdlijn Amsterdam – Utrecht. Het tracé loopt door de polders ten zuiden van Weesp, en wordt 7-10 km lang. Spoorvisie 2040 voorziet een snelle verbinding Almere – Amsterdam Arena, maar door de lange omweg is deze trein waarschijnlijk niet sneller dan de huidige alternatieven. Om het Arena-gebied met Almere te verbinden, lijkt doortrekken van de Amsterdamse metro naar Station Weesp een betere optie. Voor een Intercity Almere – Utrecht is Flevolink wel geschikt, maar de hier voorgestelde nieuwe spoorlijn Almere – Naarden (zie boven) biedt een kortere route.

De Riekerpolderboog is al in gesprek sinds de aanleg van de Westtak (de spoorlijn door Amsterdam Lelylaan naar Schiphol). De metro rijdt al tussen Lelylaan en Amsterdam Zuid, en via deze boog kan de trein dat ook doen. Spoorvisie 2040 voorziet dat de Riekerpolderboog “meer rechtstreekse verbindingen voor forenzen vanuit Noord-Holland” mogelijk maakt. Dat kan alleen via de Hemboog op Station Sloterdijk, en die is al in gebruik voor treinen naar Schiphol. Meer routes door een station, betekent in principe minder treinen op elke route.

Met de Lingeboog kunnen treinen uit Gorinchem, Leerdam en Beesd, doorrijden naar Utrecht. De overstap in Geldermalsen vervalt. Ook hier gaat meer bestemmingen ten koste van de frequentie per bestemming. Voor de ChristenUnie telt het belang van de eigen achterban, dat in Gorinchem, Leerdam, en Beesd oververtegenwoordigd is, maar het leidt niet tot een rationele lijnvoering. Overstappen is onvermijdelijk, en bij Geldermalsen kruisen oost-west en noord-zuid lijnen, daarom is het geschikt als overstap-station.

Geen verbindingsboog, maar een kruisstation, is de “OV-knoop Nootdorp” op het punt waar Randstadrail de spoorlijn Den Haag-Gouda kruist. Vanaf dit punt lopen twee spoorlijnen door Voorburg, evenwijdig aan elkaar, richting de Haagse binnenstad. De lijnen zijn aangelegd door twee concurrerende maatschappijen, en in dit geval was een verbindingsboog juist beter geweest. Dan waren de treinen vanaf de voormalige Hofpleinlijn gewoon doorgereden naar Den Haag Centraal. Inmiddels is de Hofpleinlijn opgenomen in Randstadrail: het wordt gebruikt door zowel de lijnen naar Zoetermeer, als Lijn E van de Rotterdamse metro. Dat betekent echter niet, dat de kruising bij Nootdorp geschikt is als OV-knooppunt. Het ligt achter een bedrijfsterrein, het is door de A12 gescheiden van de Vinex-wijken aan de noordzijde, station Nootdorp moet worden verplaatst, en de trams naar Zoetermeer passeren de kruising toch niet.

Hier werd de volledige ontkoppeling van de Zoetermeerlijn voorgesteld, en daarmee het opheffen van Randstadrail. De spoorlijn Den Haag – Gouda wordt viersporig van Den Haag tot Gouda en wordt de hoofdverbinding Den Haag – Zoetermeer. Deze spoorlijn wordt in Den Haag ondertunneld, met een nieuw station Binckhorst.

Spoortunnel tussen Dan Haag Centraal en Ypenburg, door Voorburg.

Lijn E van de Rotterdams metro blijft rijden, maar met hogere frequenties door Voorburg. Met verbetering van de dwarsverbindingen, zoals een tramlijn Voorburg – Leidschendam, worden de nadelen van de dubbele lijn door Voorburg gecompenseerd. Een nieuw station Nootdorp op de lijn Den Haag – Gouda, zoals Spoorvisie 2040 bepleit, is wel een mogelijke aanvulling.

Heropening van oude spoorlijnen

Spoorvisie 2040 bevat ook voorstellen voor reactivering van gesloten lijnen, zonder details. Op de infra-kaart in het stuk, staat een lijn ingetekend tussen Veendam en Emmen, en die lijn wordt blijkbaar ook bepleit voor het goederenvervoer. Uit de lijst van nieuwe stations blijkt dat deze via Musselkanaal moet lopen. Het combineert tracé’s van de NOLS en de S.T.A.R., in Oost-Groningen en Drenthe, met een nieuw tracé tussen Musselkanaal en Emmen. Hier werd een regionale lijn Assen – Stadskanaal – Emmen voorgesteld, inclusief de ontbrekende schakel, langs de N391 naar Weerdinge. Deze is ook uitvoerbaar als verlenging van de hier voorgestelde regionale metrolijn Groningen – Stadskanaal.

De lijn Apeldoorn – Dieren is in gebruik als museumlijn, met stoomtreinen. Spoorvisie 2040 bepleit de herinvoering van gewone diensten. Specifiek wordt het “een pilot met aangepaste normen voor kostenreductie van realisatie van nieuwe regionale lightrail/lighttrain verbindingen op regionaal spoor”. Omdat deze lijn eigen sporen heeft in zowel Dieren als Apeldoorn, kan het gescheiden worden van het NS-net. Dat geldt echter niet voor de meeste lightrail plannen, die sporen moeten delen met het hoofdnet.

Spoorvisie 2040 bepleit “de ontwikkeling van een R-net knooppunt Santpoort/Driehuis“. Dat verwijst impliciet naar de voormalige lijn naar IJmuiden, dat omgebouwd wordt tot HOV-baan. Zonder details weten wij niet wat precies bedoeld wordt, maar de geplande HOV vermijdt juist de stations van Santpoort en Driehuis.

hov-velsen-png-versie

Hier zijn meerdere voorstellen gedaan voor Velsen en IJmuiden, meest recent het herstel van de hele lijn naar Oud-IJmuiden.

Opmerkelijk is dat herstel van de lijn Rhenen – Kesteren op de kaart in Spoorvisie 2040 is ingetekend, maar verder niet genoemd. Hier werd herstel als regionale lijn naar Nijmegen voorgesteld.

Ook op de kaart als ‘reactivering’, en op de lijst met nieuwe stations, staat de spoorlijn Gent-Terneuzen, maar het wordt verder niet genoemd in Spoorvisie 2040. (Deze lijn is hier ook besproken, maar het voorstel is verouderd.) Belangrijk is dat de lijn behandeld wordt als deel van een regio-netwerk rond Gent. Een spoortunnel onder de Gentse binnenstad is daarbij een optie, en dat heeft gevolgen voor het trace richting Terneuzen..

Spoorverdubbeling

Spoorvisie 2040 bepleit ook meer sporen op bestaande lijnen: tussen Delft en Rotterdam, Utrecht en Veenendaal, Breda en Tilburg, Den Haag en Rotterdam / Gouda, Amsterdam Sloterdijk en Schiphol/Amsterdam Zuid, Amsterdam – Almere, en tussen Uitgeest en Amsterdam Sloterdijk. Veel van deze projecten zijn al langer in discussie.

De aanleg van vier sporen tussen Delft en Rotterdam is al lang gepland, maar wordt steeds uitgesteld. Dat is louter een geldkwestie: het gaat om 9 km spoor, in rechte lijn en grotendeels door open veld. Naast vier sporen op dat stuk, werd hier ook een herstructurering van de diensten Rotterdam – Den Haag voorgesteld, met extra sporen en perrons op Den Haag HS.

De genoemde spoorverdubbeling ‘tussen Utrecht en Veenendaal‘ is een fout, zoals blijkt uit de kaart in Spoorvisie 2040. Bedoeld is viersporig tot de aansluiting De Haar. (De lijn naar Veenendaal-Centrum is al tweesporig, en behoeft geen vier sporen). Maar ook vier sporen tussen Utrecht en De Haar zijn niet voldoende, voor hoge snelheden en frequente diensten over de lijn naar Arnhem. De hele lijn moet vier sporen krijgen: dat werd hier ook beschreven, maar de voorstellen zijn aan een update toe.

Vier sporen tussen Breda en Tilburg werd hier ook voorgesteld, maar dan in het kader van een HSL-corridor Den Haag – Venlo – Ruhr met aansluitend een nieuwe HSL Tilburg – Eindhoven.

Ook voor Den Haag – Gouda werd hier vier sporen voorgesteld, zoals boven vermeld. Vier sporen tussen Rotterdam en Gouda werden hier zijdelings genoemd, als voorwaarde voor een stadsregio-metro Rotterdam – Alphen. Ook werd hier voorgesteld om de lijn naar Gouda aan te sluiten op een tweede spoorlijn onder de Maas in Rotterdam.

Voor vier sporen tussen Amsterdam Sloterdijk en Schiphol, is er al een planologische reservering, naast de bestande Westtak (spoorlijn door Station Lelylaan). Inmiddels zijn er ook vage plannen, voor een lijn langs de rand van Amsterdam (A5-tracé), die ongeveer dezelfde functie heeft. Dat werd hier besproken, met verschillende tracé-opties. Meer recent werd hier voorgesteld om de HSL-Zuid naar Sloterdijk door te trekken en de bediening van Schiphol los te laten.

Raasdorp-HSL

Reden is dat de Schiphollijn een achterhaald model is, dat teveel eist van de overige spoorverbindingen. Spoorvisie 2040 ziet de verdubbelde Westtak ook als voorwaarde voor de Riekerpolderboog richting Amsterdam Zuid, maar maar met een A5-spoorlijn is dat waarschijnlijk niet nodig.

Een viersporige verbinding Amsterdam-Almere is al in uitvoering, zij het traag, maar de verdubbeling Sloterdijk – Uitgeest staat niet op de politieke agenda. Verdubbeling van enkelsporige lijnen wordt ook bepleit in Spoorvisie 2040…

Nijmegen – Venlo – Roermond: hier werd een grotendeels viersporige HSL-corridor voorgesteld, met een HSL Nijmegen – Venlo en een HSL Sittard – Roermond – Venlo.

Heerlen – Herzogenrath: hier werd een regionale metro Sittard – Heerlen- – Aachen voorgesteld, op nieuw tracé, met een tunnel onder Heerlen.

Spoorbrug Ravenstein: wordt opgenomen in de hier voorgestelde ombouw van de lijn Oss – Nijmegen.

Valleilijn door Barneveld: hier werd, naast verdubbeling, ook een korter tracé naar Barneveld voorgesteld.

Olst – Deventer: hier werden vier sporen of een bypass-lijn Olst – Wijhe voorgesteld.

Nieuwe spoorlijn tussen Deventer en Zwolle, bypass van Olst en Wijhe

Zwolle – Almelo: hier werd een HSL Zwolle – Twente voorgesteld.

Alphen – Leiden: hier werd ondertunneling in Leiden voorgesteld.

Heerhugowaard – Hoorn – Enkhuizen: hier werd een geheel of gedeeltelijk viersporige lijn ten oosten van Hoorn voorgesteld, in aansluiting op een tunnel Enkhuizen – Friesland of een tunnel Andijk – Stavoren.

Hoge snelheid

Spoorvisie 2040 bepleit een opvallende snelheidsverhoging tot 160 km/h, op regionale lijnen zoals Apeldoorn – Hengelo, Zwolle – Emmen, en Alkmaar – Hoorn. Dat wordt ook de norm voor de huidige Intercity-corridors. Een snelheid van 200 km/h wordt bepleit voor enkele lijnen: de nieuwe lijnen Utrecht – Breda en Zuiderzeelijn, de Hanzelijn naar Zwolle, de hoofdlijn naar Eindhoven en Sittard, de lijn door Arnhem naar Duitsland, en Breda – Eindhoven. Ook de aansluitende route tussen Schiphol en Utrecht / Almere (de lijn door Amsterdam-Zuid) moet voor 200 km/h worden verbouwd, al lijkt dat moeilijk in uitvoering. Als mogelijke uitbreiding van 200 km/h worden genoemd: Zwolle – Groningen, Zwolle – Hengelo, Eindhoven – Venlo, en Utrecht – Gouda.

Hier werd voor vele Intercity-corridors een hogesnelheidslijn voorgesteld, door het volledig verbouwen van de bestaande lijn (Ausbaustrecke), of op nieuw tracé (Neubaustrecke). Zo is er voor de hoofdlijn naar Limburg een HSL naast de bestaande lijn voorgesteld, aansluitend op een HSL bypass van Roermond.

Voor de volledige lijst zie High-speed rail corridors through the Netherlands. Enkele verschillen met de benadering van de ChristenUnie zijn: een snellere Zuiderzeelijn, een echte hogesnelheidslijn Amsterdam – Zwolle, verschuiving van de corridor Amsterdam – Berlin naar Zwolle, en een HSL-corridor langs de Maas.

Intercity via de HSL

De Intercity Den Haag – Eindhoven zal binnenkort via de HSL Zuid rijden. Spoorvisie 2040 stelt voor, dat ook de Intercity Amsterdam – Vlissingen via de HSL rijdt, ook ten zuiden van Rotterdam. Dat vereist een nieuwe aftakking bij Lage Zwaluwe, van de HSL-Zuid naar de Roosendaal-lijn. Hier werd voorgesteld om een nieuwe spoorlijn Rotterdam – Bergen op Zoom aan te leggen, eventueel met een aftakking naar Roosendaal.

De capaciteit van een hogesnelheidslijn is echter beperkt. Alsmaar bestemmingen toevoegen, is niet te verenigen met hoogfrequente diensten.

Routes over de HSL-Zuid, volgens de ChristenUnie..

spoorkaart-christenunie-hsl-diensten

Meer gebruik van de HSL tussen Schiphol en Rotterdam vereist ook een aanpak van de Schiphollijn, dat een knelpunt is geworden. Hier werd een ontkoppeling van functies voorgesteld, waarbij bediening van de luchthaven beperkt wordt, tot metro-achtige lijnen naar Amsterdam, en airport-shuttles. De overige treinen zouden een bypass, of zelfs meerdere nieuwe lijnen, gebruiken.

Hervlechten, of ont-ontvlechten

De meest opmerkelijk voorstellen in Spoorvisie 2040, gaan over het toevoegen van allerlei nieuwe diensten op bestaande lijnen. Bijvoorbeeld: het gereformeerde Leerdam krijgt niet alleen een eigen trein naar Utrecht, deze gaat ook aan de andere kant doorrijden naar Rotterdam. Dit is een doorgetrokken regionale lijn (Merwedelingelijn), maar ook Intercity’s krijgen nieuwe bestemmingen. Spoorvisie 2040 spreekt van “hoogfrequente treinen, maar met een verschillende eindbestemming”. Als je niet naar de gewenste bestemming kan, dan heb je echter niets aan extra treinen.

Spoorvisie 2040 wijst terecht op het belang van alternatieve routes via regionale lijnen, zoals de Valleilijn, de Twentekanaallijn en de lijn Zwolle-Enschede. Het toevoegen van direct snelle treinen op deze routes is een verbetering, daarom is hier ook bijvoorbeeld een HSL Zwolle – Twente voorgesteld. Ook verbetering van de lijn Arnhem – Twente (Twentekanaallijn) werd hier voorgesteld, met een sneltrein over de 83 km route. Een directe intercity vanaf Utrecht, zoals Spoorvisie 2040 voorstelt, lijkt echter overbodig: dit is door zijn ligging een regionale lijn.

Het doortrekken van regionale stoptreinen over de hoofdlijnen, zal ten koste gaan van de frequentie op die lijnen. Naast het doortrekken van de Merwedelingelijn, bepleit Spoorvisie 2040 ook, dat de Valleilijn gaat doorrijden naar Arnhem en Utrecht. Tussen Ede en Arnhem rijden in dat geval twee nieuwe diensten: verlengde Valleilijn en verlengde Twentekanaal-lijn. Het spreekt vanzelf, dat niet alle lijnen met hoge frequentie kunnen rijden.

Daarnaast moeten de Intercity’s, volgens Spoorvisie 2040, ook delen van hun route als stoptrein rijden. Model staat de Intercity uit Nijmegen, dat als stoptrein rijdt tussen Alkmaar en Den Helder. Volgens de kaart in Spoorvisie 2040, rijdt bijvoorbeeld de Sprinter Groningen – Zwolle door naar Almere, en verder als Intercity naar Den Haag.

In de praktijk levert dit model vertraging op. Wat Alkmaar betreft, werd hier voorgesteld dat de Intercity daar eindigt, met daarnaast regionale diensten door een nieuwe tunnel onder Station Alkmaar. Het is niet zinvol, dat alle treinen in Nederland doorrijden totdat de spoorlijn ophoudt. Het wordt ook heel onoverzichtelijk voor de reiziger, zoals blijkt uit de Spoorkaart 2040 van de Christenunie:

fragment-2

Om deze ingewikkelde dienstregeling mogelijk te maken, bepleit Spoorvisie 2040 ook rijdend koppelen/ontkoppelen. Dit principe is al vanaf de 19e eeuw onderzocht, zonder dat er ooit een veilige techniek is gevonden. Ontkoppelen van één of enkele rijtuigen lukte wel (Sliptrein), maar niet het rijdend koppelen van treinen, laat staan met hoge snelheid.

Daarnaast wil de ChristenUnie ook, dat metro- en tramlijnen over het spoorwegnet rijden. De Amsterdamse metro zou de Sprinters op de Zaanlijn vervangen. Met vier sporen kan dat misschien wel, maar eerst moet de metro tot Zaandam doorgetrokken worden, want de Hemtunnel moet beschikbaar blijven voor de overige treinen. Het lijkt echter onmogelijk om Sprinters vanuit Utrecht door de Amsterdamse metro te laten rijden, zoals Spoorvisie 2040 ook bepleit. Dat was in de beginjaren van de metro gepland, maar inmiddels is de ‘Oostlijn’ aan de ringlijn gekoppeld. Dat is niet te combineren met gebruik door NS-stoptreinen, zeker niet als de Oostlijn tot Schiphol verlengd wordt, via Osdorp.

Ook de plannen voor Rotterdamse metrostellen op de lijn naar Gouda lijken technisch onhaalbaar, hoewel Spoorvisie suggereert ook een naastgelegen metrolijn. Hier werd een stadsregionale metro Rotterdam – Alphen voorgesteld, ook met een lijn naar Gouda, dat meer geschikt lijkt voor de afstanden.

Spoorvisie 2040 wil de Rotterdamse metro ook over de spoorlijn sturen, naar Delft en Den Haag. Dat is niet verenigbaar met frequente diensten op provinciale schaal (Stedenbaan-plannen). Ook in dit geval lijkt een metro naast de spoorlijn niets toe te voegen. Hier werd juist een scheiding van de netwerken in Rotterdam en Den Haag voorgesteld, met een eigen lichte metro in de agglomeratie Den Haag / Delft.

Metrolijn naar Delft…

Den Haag Centraal naar Station Delft per lichte metro, overzicht.

Ook een tram op de spoorlijn leidt tot problemen, zoals bleek bij de voorbereiding van de RijnGouwe Lijn. Spoorvisie 2040 bepleit vertramming van de lijn Bilthoven – Baarn, als verlengde van de Uithof-tram. Dat betekent dat tram, Sprinter, goederentrein, en Intercity twee sporen delen, door Bilthoven en Den Dolder. Dat gaat niet.

Voor de lijn Zandvoort – Amsterdam zijn de voorstellen nog ingewikkelder. Vanaf Bloemendaal aan Zee, rijdt een tram naar Zandvoort, rijdt de spoorlijn op, en rijdt samen met de Intercity en Sprinters naar Amsterdam. Daar aangekomen, wellicht bij Sloterdijk, zou de tram de spoorlijn verlaten om door de straten te rijden, maar misschien ook door de metro. Het is onwaarschijnlijk dat één voertuig dit allemaal kan. Hier werd wel een tram Heemstede – Zandvoort voorgesteld, maar dan als verlenging van een Haarlems tramnet.

Tram van Station Heemstede-Aerdenhout naar Zandvoort via Bentveld

Dat is overigens de route van de voormalige tram naar Zandvoort, maar op zijn eigen tracé, en niet via de spoorlijn. (Dat kon ook niet, want het was een metersporige tramlijn).

Spoorvisie 2040 bepleit ook, dat de Haagse tram over de spoorlijnen rijdt, richting Leiden, Gouda of Rotterdam. Details worden er niet gegeven, en dit lijkt niet meer dan een verkiezingsstunt. Over de spoorlijn Den Haag – Rotterdam zouden volgens de ChristenUnie de volgende rijden: een snelle Intercity via de HSL naar Düsseldorf, een Intercity naar Roosendaal, een Sprinter naar Rotterdam, een Sprinter naar Den Bosch, de Rotterdamse metro, en de Haagse tram. Dat is gegarandeerd onwerkbaar.

Hier werd juist een scheiding van de netwerken in Den Haag en Leiden bepleit, met een tramnet in Leiden en een lichte metro in Den Haag. Voor de Rotterdamse metro werd uitbreiding binnen de agglomeratie voorgesteld.

Voor Maastricht bepleit Spoorvisie 2040 een tramnetwerk, door uitbreiding van de geplande tram Maastricht – Lanaken. Alleen de lijn naar Eijsden wordt echter genoemd, en dat is de internationale lijn naar Liège. Hier werd juist een stadsregio-metro Maastricht – Liège voorgesteld, met een nieuwe brug over de Maas/Meuse bij Ile de Monsin. Dat is eventueel in combinatie met een HSL Maastricht – Liège. Voor de route naar Lanaken werd een nieuwe regionale lijn naar Hasselt voorgesteld, met een nieuwe Maasbrug bij Borgharen:

borgharen-viaduct

Voor Maastricht – Aachen werd heropening van de oorspronkelijk route via Richterich voorgesteld, als onderdeel van een stads-regio metro rond Aachen (S-Bahn). Samen bieden die projecten veel meer dan een tramlijn Lanaken – Eijsden.

Onduidelijk is de suggestie van “tramnetwerken rond Arnhem-Nijmegen, Brabantstad en Twentestad”, die gebruik zouden maken van het spoor. Brabantstad is een samenwerkingsverband van Breda, Eindhoven, Helmond, Den Bosch en Tilburg. De spoorlijnen in die regio zijn hoofdlijnen, waarop volgens Spoorvisie 2040 treinen met 200 km/h moeten rijden. Dat is niet te combineren met een tram. Ook bij Arnhem en Nijmegen zijn er geen lijnen, die zomaar extra tram-diensten kunnen verwerken. Alleen in Twente zijn er kandidaten voor vertramming: de lijnen Almelo – Mariënberg, en Enschede – Gronau. Zonder details blijft het echter gissen naar de bedoeling.

Conclusie

Spoorvisie 2040 gaat niet alleen over infrastructuur, lijnen en stations. Het stuk behandelt ook afstemming op het overige OV, prijsbeleid, reizigersinformatie, en andere beleidsterreinen. Wat infra betreft, stelt het echter teleur. Er staan doelstellingen in, die elkaar tegenspreken, en zelfs een minimale beschrijving van de voorstellen ontbreekt. Origineel zijn ze meestal niet, eerder bekend. Dat geldt ook voor de lijst met nieuwe stations, dat in een volgende post wordt behandeld. De tekortkomingen zijn echter niet verwonderlijk, want Spoorvisie 2040 is voor verkiezingsdoeleinden bestemd, en niet voor daadwerkelijke uitvoering.

Spoorvisie 2040 van de ChristenUnie

New rail line Shkodër – Podgorica

This is an updated proposal, first published in 2009, for a new rail line between Podgorica in Montenegro, and Shkodër in Albania. It would connect with the proposed new line Tiranë – Shkodër. Both would be built for high speeds, creating a fast route from Tiranë to Podgorica. There it would join the existing Belgrade – Bar line, which links the Danube basin to the Adriatic. As with all other posts here, the borders are ignored.

titograd-bar-skadar

Podgorica and Shkodër are both located on the plains around Lake Skadar (Lake Scutari, Lake Shkodër, Lake Shkodra). Between the two cities is the Hotit arm of the lake (Humsko Blato, Hotski Zaliv). It is aligned to the north-east, with two parallel ridges alongside it. The existing rail line runs around this inlet, the proposed new line would cross it. The original version suggested a long bridge approached in tunnel, but that is unnecessary. The new line can simply cross the shallow inlet on viaduct, it is only a few metres deep. That alignment would be further south, and in fact is is the shortest between the two cities.

The region in 1904: Austro-Hungarian map from ELTE

lake-scutari-1904

Click to enlarge: lake panorama by Toma Koma under CC BY-SA 2.0 licence

lake_skadar_shkoder_albania_2016

The existing Podgorica – Shkodër railway, 64 km long, opened in 1986, as a freight link to the Yugoslav rail network. It was out of service for years due to war, sabotage, and disorder, and is only partially restored.

Podgorica had a population of 204,877 at the 2011 census. Most of the city was built after the Second World War. The municipality contains 10% of Montenegro’s territory, but 30% of its population. The main line through the city is the 476-km Belgrade – Bar railway, Serbia’s access to the sea. Podgorica station is about 1500 m from the central square: it is relatively large, with room for expansion.

The Shkodër line originally ran straight from Podgorica station towards Tuzi, but the junction was relocated further south. After Tuzi, the line climbs up the side of a ridge, and through a short tunnel, to run along the shore of the inlet. At the head of the inlet, the line makes a U-turn, and runs south through the plain. Approaching Koplik, it turns again, and runs parallel to the lake shore, into Shkodër. The station is on the east side of the city, close to the river Kir. Shkodër has a population of 136 000. The station is disused, awaiting restoration of the line from Durrës and Tirana.

New line

The new line does not need to cross the ridge near Tuzi, so it can diverge from the Bar line further south. It would simply cross the plain, running south of Tuzi. There would be no stations: the existing line would be electrified, for freight and limited local services. (There are only two settlements large enough to justify a station: Tuzi and Koplik.) The new line could take the most direct route towards Koplik, with a long viaduct across the marshes and lake. Depending on the geology, it might be better to locate the crossing at the tip of the ridges. In that case, the alignment would be closer to the existing line.

tuzi-plain

About 3-5 km north of Koplik, the new line would join the existing line, and approximately follow it across the plain for about 23 km into Shkodër. Approximately, because urban sprawl has obstructed the alignment. The line near Koplik was built alongside the main road, when Albania had almost no cars, and the line carried almost no trains anyway. Now it crosses numerous access roads for new houses. If there is no better alignment, a viaduct is the obvious solution. In Shkodër itself, there is barely enough space left for a single track: the alignment must be cleared by demolition.

Spot the railway: on the outskirts of Shkodër…

shkoder-outskirts

There is a sharp curve 4 km north of Shkodër station, which must be replaced by a new alignment. Apart from that, clearing the alignment will create sufficient space for upgrading. The railway is very close to the Kir river, and there is only a single line of houses on the eastern side. The station itself is well located, about 1500m from the city centre.

The new line would be 50 km long, in the shortest variant. Longer alignments would be up to 55 km long. With an entirely new line, that should allow a Podgorica – Shkodër journey time of 20 minutes. Journey time Podgorica – Tiranë, with one stop in Shkodër, should be around 65 minutes. That would be a dramatic improvement for inter-regional travel, but maximum impact of the HSL route Podgorica – Tiranë depends on further HSL connections, to the north and to the south-west.

The Belgrade – Bar line was a major project of the former Yugoslavia, but it was built for freight, and speeds were never high. After 20 years of war and neglect, it is no longer viable as a European passenger axis. A new parallel HSL would be a very difficult project, but it is a logical link to the rest of Europe, and there is no alternative route within 100 km. If this ‘trans-Montenegrin’ HSL was built, the line proposed here would complete the HSL route, from the Danube to Tiranë.

South of Tiranë, the a new rail line across the mountains near Krrabë, would dramatically shorten the route to Elbasan. That could form the start of a new high-speed line east to Thessaloniki, and possibly south-east to Athens. As with the Podgorica – Belgrade line, this crosses the main mountain axis of the Balkans, and it would be a very difficult project.

New rail line Shkodër – Podgorica

New rail line Tiranë – Shkodër

This is an updated version of a post first published in 2009, proposing a new rail line between Tiranë (Tirana) and Shkodër. The Albanian economy has grown since then, and new road infrastructure has been added. Tirana has also grown, although not as much as some thought it would. The central plain with the three cities of Tiranë, Durrës and Shkodër, has a population of about 1.3 million, enough to justify new rail lines. The flat plain favours a high-speed line: the version proposed here is for 200 km/h or more. It would be technically a high-speed line, even if it carried mixed traffic.

A high-speed line (HSL) between Tiranë and Shkodër could be extended north to Podgorica, and extended south-east toward Elbasan and Lake Ohrid. Further extensions would be much more difficult to build: from Podgorica toward Belgrade, parallel to the Lim valley line and south-east to Athina (Athens) and Thessaloniki. They would integrate an Albanian plain HSL with a European HSL network. All proposals here ignore current borders, and are made from a European perspective.

Current situation

Albania had a modest railway network, built entirely during the communist period. There was no direct line from Tiranë to Shkodër. The first line, from the port of Durrës to Tiranë, opened in 1949. It was later extended slowly northwards, starting from Vorë, which is about halfway between Durrës and Tiranë. The network was built to minimal standards: Albania was probably the poorest country in Europe. After the collapse of the communist regime, the network was almost entirely abandoned. In the last 15 years, the road network has been substantially upgraded, with new main roads between Tiranë and Shkodër.

Apart from the new roads, urban sprawl is the most visible sign of Albania’s transformation. Tiranë had 420 000 inhabitants at the 2011 census, and the agglomeration may now have twice that. The city has been expanding north-west into the plain, which complicates construction of new infrastructure. In fact, the northward expansion of Tirana might soon require the relocation of the international airport at Rinas (Mother Theresa Airport). The image shows the central plain, with exaggerated vertical axis (elevation)…

Click to enlarge…

coastal-plain

Tiranë and Shkodër are about 85 km apart. Even at this scale, the sprawl around Tiranë, and ribbon development along main roads, are clearly visible. Much of the ribbon development is illegal: private developers simply cut their own access onto new highways, to build restaurants, petrol stations and shops.

Old and new alignment

The communist-era railway first runs north from Vorë, crosses the plain to Mamurras, and then runs at the foot of the mountains, as far as Lezhe. It follows the old main road through the villages, which avoided the marshy plain. The alignment is reasonable for a local line, with stations roughly 10 apart. North of Lezhe, the line does cross the plain, in straight sections joined by curves. The marshy coastal plain is now entirely reclaimed for agriculture, and the new main roads cross it in straight lines.

The line between plain and mountains, elevation exaggerated …

mountain-foot

The first phase of any new line must be a new central station in Tiranë, with a new exit line. The dilapidated old station, north of the city centre, has already been demolished, The approach tracks were also removed, so there is currently no railway line into Tirana. Without a new central station, the line to Durrës can never be viable, even if it is modernised. The obvious location is the huge central Skënderbej square, and that would require a 5-km tunnel under the main Durrës road. Most of this street is very broad, allowing construction of a 4-track tunnel, with separate tracks for a regional metro service. The section nearest the square is narrower, and would require a bored tunnel – or an alternative alignment and station site. The exact location of the central station it is not considered further here, but it should allow for a south-eastern line toward Elbasan.

On the outskirts of the city, the new exit line would join the existing line toward Durrës. Near Bërxull, a new alignment would turn north-northeast toward the airport. This would avoid the worst of the sprawl, but some demolition is inevitable. At the airport, the line could run on viaduct along the access road, with a station directly connected to the terminal. The station would be 15 km from central Tiranë.

Line out to Tiranë, with curve from Durrës…

durazzo-tirana

The junction at Bërxull should also allow trains from Durrës to access the airport creating an interchange with fast trains to/from Durrës. That route could be further improved by a cut-off line south of Vorë, but that requires at least 5 km of tunnel, and is not considered further here. Either way, the existing line north of Vorë could be retained for freight services.

From the airport, the second section of new line would cross the plain, to join the main highway, SH1, at Fushë-Krujë. There would be a station here, serving the town itself (18 000 inhabitants), and also the north end of the Tiranë agglomeration. (Fushë-Krujë means ‘Lower Krujë’, the historical town of Krujë is in the foothills to the east).

North of Fushë-Krujë, the third section of new line would run north to Lezhë, at first alongside the SH1 highway. At Thumane, the new line would have a connection to the old line, for regional trains to Mamurras and Laç. Obviously that requires the electrification and modernisation of the old line, as far as Lezhe. The new line would turn away from the SH1 at Thumane, and run west of the built-up area, rejoining the motorway A1 about 6 km further north.

fk-lezhe

From there, it would follow the A1 for about 13 km, and then diverge onto an alignment through the fields, to the Drin River bridge at Lezhe. About 700 m before the bridge, the new line would join the existing alignment into Lezhe station, which would then be 57 km from central Tiranë.

At least one additional track is needed through Lezhe station, because this section would be shared with freight trains, and with regional services from Mamurras and Laç. Lezhë town has a population of 16 000, the municipality 65 000. The station site is very close to the centre, and has enough space for complete reconstruction, which would certainly be necessary.

Immediately north of the station a new tunnel would be needed, under a small ridge. The line would then cross the Drin again, and continue through the plains to Shkodër, the fourth section of the new line. One option is to follow the existing alignment, which is mainly straight and level. The new line might also follow the new main road, SH1.

However a better alignment is possible, straight through the plain, avoiding the small hills and ridges. It would parallel the SH1 for only 3 km, near Gocaj. It would pass west of Blinisht, east of Dajç, and then cross the Drin at Stajkë, to join the existing alignment about 7 km from Shkodër. The existing line crosses the Drin on a secondary dam at Mjedë, but the new line would have its own bridge, about 1200 m downstream from the dam.

Click to enlarge…

lezhe-shkoder

Shkodër is the only city between Tiranë and Podgorica, with a population of 136 000. Using the existing alignment, the new line would cross the river Kir into the station, which is just north of the river, and east of the centre.

The Lezhe – Shkodër section would be 34 km long, giving a total length for the new line of 91-92 km. Until there are connecting high-speed lines, for instance to Podgorica, a fast inter-regional service is sufficient. With three intermediate stations, on a completely new line, a Tiranë – Shkodër journey time of 45 minutes is feasible.

New rail line Tiranë – Shkodër

High-speed bypass of Roermond

This high-speed line (HSL) is an alternative for the longer HSL Eindhoven – Sittard, proposed here earlier. It is part of a high-speed corridor from Amsterdam to Aachen, and was originally described in Dutch. This post completes the English-language description of the corridor, which includes the existing Amsterdam – Utrecht line, a new HSL Utrecht – Eindhoven, and a new HSL Sittard – Aachen.

Both alternatives have the same function – to bypass the existing route through Roermond. The longer HSL to Sittard is the shortest option, almost a straight line between Geldrop and Sittard. However, it must pass protected zones in Flanders, and requires a tunnel under Weert. The shorter HSL proposed here follows existing infrastructure, the A2 motorway via Maasbracht. There is a disadvantage in following the motorway: the line might curve too much as it crosses the Maas, so that trains would slow down.

The original proposal suggested the line could be built in two phases, first from Weert to Echt (in black on the map), and then a northern bypass of Weert (in blue). However, the second phase may not be necessary, since there is space for a new curve on the western edge of Weert. In that case additional fast tracks would be needed, through Weert station.

Original version …

Hogesnelheidslijn Eindhoven - Sittard, vanaf Weert langs snelweg A2.

Both variants require four-tracking and upgrading of the existing line from Eindhoven to Weert. That is not described further here.

Alignment from Weert to Echt

The HSL would diverge from the existing line east of Weert, before it crosses the Wessem – Nederweert canal. The new line would cut through fields, to join the route of the A2 motorway. In fact, the line follows the 1929 canal, because the motorway was built alongside it. The terrain is level: there are no locks on the canal here.

The new line would fit between the motorway and the canal. For the first 6 km of the shared route, the motorway is right next to the canal, and here the motorway must be relocated. The HSL would take over the current northbound carriageway. There are no road crossings here.

After junction 41, the crossing with the old Napoleonic road (Napoleonsbaan), there is enough space for a railway between motorway and road. The next section of the alignment, which crosses the Maas, has three curves: at junction 41, at Wessem just before the river bridge, and at Maasbracht just after the bridge. There is enough space at junction 41 to accommodate a high-speed curve.

maasbracht-hsl-brug

As it crosses the Maas, however, the alignment must fit between the canal, gravel pits, and the two villages of Wessem and Maasbracht. Probably, the HSL must stay within 100 m of the motorway, and so the curves will not allow high speeds as the line pases Wessem and Maasbracht. That will be partly compensated because trains will slow anyway, to climb to the bridge, and then accelerate downhill away from it.

The alignment would allow a station at Maasbracht, only 400 m from the centre of the village. The line here would run directly alongside the motorway, as far as junction 44, and require almost no demolition. A station before the bridge is problematic. It cannot be built at Wessem, because the line climbs and turns. It might be possible at Panheel, further back from the river. To accommodate the station an additional curve would be needed, and in any case, the site (at a brick factory) is too far from the three villages.

If only one station is possible, then there seems little point. Since this line is intended for high-speed long-distance trains, the station would require a separate regional service, in addition to regional services on the existing line. The disadvantages outweigh any benefits for Maasbracht.

From the Maas to Sittard

After Maasbracht, the HSL must cross the A73 motorway, and also pass under three power lines. The alignment must also turn southward, toward the line to Sittard, the Maas Valley line. The upgrading of this line was proposed here earlier, as part of a high-speed corridor along the Maas valley (Venlo – Sittard, in Dutch). The upgrade requires a realignment of the existing curve north of Echt, and that would also allow a junction with a high-speed line from Weert. It keeps the new line clear of the recently built logistics centre, north of Echt.

echt-wessem

The new alignment via Maasbracht would end at this junction. From there to Sittard (13 km), the existing line must be upgraded, with four tracks. That should be relatively easy: it consists of two straight sections, with a curve between them. All trains would stop in Sittard, already a railway junction. South of Sittard, trains could continue on the HSL Sittard – Aachen, proposed here earlier. That HSL is not a precondition for any bypass of Roermond, but more capacity on the Sittard – Maastricht line probably is.

All Intercity services from Eindhoven south to Limburg, including future services to Aachen, would use the new cut-off line. The new section of line would be 19 km long. Including the upgraded existing lines, the new route between Weert and Echt would be 25 km long, as against 38 km for the historical route via Roermond. The reduction in journey time will be more significant: trains will be faster than current rolling stock, and the route avoids two stops in Weert and Roermond.

Through Weert or around Weert?

The original Dutch version of this post included a bypass of Weert, to avoid the sharp curve west of Weert station. The bypass would run close to the A2 motorway, but cannot follow it exactly, because it too has relatively sharp curves. It would probably require a tunnel, at the eastern edge of Weert.

If the curve was not so sharp, the new HSL could follow the existing alignment through Weert. Of course trains could also slow down at the curve, but that defeats the purpose of a high speed line. There is sufficient space in Weert for extra tracks. The line here was built as the ‘Iron Rhine’, a transit freight route from Belgium to Germany, which once carried heavy traffic. (The line Eindhoven – Weert was added later: the sharp connecting curve was not a problem at the time.)

It the curve can be improved, that would be easier than bypassing Weert entirely. That might be possible, if the new line diverges from the existing alignment outside Weert, and also at Weert Station.

Click to enlarge…

maarheze-weert

The new alignment could start about 4 km before Weert Station. It would first turn west, then back east, crossing the existing line twice. It would pass Weert Station on the site of the former goods yard, south of the present platform. It would rejoin the existing alignment about 1 km east of the station. A viaduct is the easiest option, but to reduce noise a tunnel might be preferable.

An alignment through Weert will make little difference to the total length of the route Eindhoven – Sittard. Journey time is saved because trains do not stop at Weert, and run at high speed through the built-up area. (Obviously there is no point in building such a high-speed route, if trains continue to stop at Weert).

The present Eindhoven – Sittard route, via Weert and Roermond, is 78 km long. The new bypass would cut that to 65 km. With no stops, a new middle section built for over 200 km/h, and the existing lines upgraded for 200 km/h, a journey time of 25 minutes is feasible. The present Intercity trains take 46 minutes, with two stops.

High-speed bypass of Roermond

HSL-Zuid doortrekken naar Sloterdijk

Een tweede spoorlijn tussen Amsterdam en Schiphol is al langer in gesprek, vooral om een nieuwe terminal te bedienen. Een ‘officieel tracé’ is er ook – het werd opgenomen in het Structuurplan Amsterdam uit 2002. Het loopt langs de oostzijde van de Zwanenburgerbaan, en volgt de snelweg A5 richting havengebied. Toen waren er plannen voor een ‘tweede Schiphol’ ten noorden van de luchthaven, later voor een tweede terminal naast Schiphol-Centrun (aan de overkant van de A4). Concrete plannen zijn er nog steeds niet, want de groei van de regionale luchthavens biedt een serieus alternatief.

Gescand: tracé volgens Structuurplan 2002…

Structuurplan scan

Hier werd eerder een HSL naar Schiphol West voorgesteld, mogelijk ook op dit tracé. Een HSL om Amsterdam-West biedt echter zoveel voordelen, dat het ook zonder nieuwe terminal zinvol lijkt. Daarom werd hier ook een tracé aan de westzijde van de Zwanenburgerbaan voorgesteld, dat makkelijker aan te leggen lijkt (bruine stippellijn op de kaart hieronder).

Tracé-varianten rond Schiphol …

Bypass spoorlijn naar Leiden en HSL, langs Schiphol.

Inmiddels heeft de Schiphollijn toenemende problemen met capaciteit en storingen. Daarom een voorstel om de bediening van de luchthaven geheel los te laten, en simpelweg de HSL-Zuid te verlengen naar Sloterdijk. De nieuwe lijn zou ook op de Schiphollijn aansluiten, waardoor treinen uit Leiden ook om Amsterdam-West kunnen rijden.

Raasdorp-HSL

Het tracé combineert een eerder voorstel voor een Kagertocht-tunnel, met een tracé aan de oostzijde van de A5.

Het voorgestelde HSL-tracé loopt langs Knooppunt Raasdorp, en verderop langs de Raasdorperweg: daarom wordt het ‘Raasdorp-tracé’ genoemd. Raasdorp zelf bestaat niet meer: het dorp werd in de 18e eeuw verzwolgen door het Haarlemmermeer (Spieringmeer).

Tracé vanaf Hoofddorp

De HSL-Zuid vanaf Rotterdam heeft zelf geen stations. Ten zuiden van Station Hoofddorp sluit het aan op de Schiphollijn vanuit Leiden, dat hier zelf de Kagertocht volgt. De tocht, enkele meters breed, is een afwateringskanaal van de Haarlemmermeerpolder, aangelegd na de droogmaking 1852. Latere infrastructuur en bebouwing volgen vaak de oorspronkelijke kanalen en verkaveling.

De Schiphollijn aan de rand van Hoofddorp: basiskaart van Jan-Willem van Aalst, onder CC 3.0 licentie

Beukenhorst

Het nieuwe tracé moet in elk geval beginnen, voordat de HSL aansluit op de Schiphollijn, waarschijnlijk bij de Bennebroekerweg. De nieuwe sporen moeten aansluiten op beide lijnen, en dat wordt ingewikkeld, want hier ligt ook een ongelijkvloerse kruising met de sporen van opstelterrein Hoofddorp. Omdat de bestaande sporen hier afbuigen van de Kagertocht, zullen de nieuwe sporen ook de sporenbundel als geheel verlaten. Dat kan alleen in tunnel.

Na het aftakken, loopt de ondiepe tunnel verder, eerst onder de Spoorlaan (aan de rand van een bedrijfsterrein). De tunnel kruist de ringweg en de busbaan (Zuidtangent), en bereikt de oorspronkelijke Kagertocht. Deze afwateringstocht is op sommige plekken verschoven, maar hier behoudt het zijn oorspronkelijke ligging. Aan de westkant ligt nu een park, aan de oostkant kantoren. Hier moeten waarschijnlijk twee kleinere kantoorgebouwen aan de Saturnusstraat wijken, voor de aanleg van de tunnel.

Kalorama tracé

Na de Kruisweg, volgt de tunnel een groenstrook door de Kalorama-buurt. Een tracé aan de westzijde van de Kagertocht beperkt de sloop, maar toch zullen circa 20 woningen verdwijnen, omdat ze te dicht op het tracé staan. Na de bouw van de ondiepe tunnel, kan de wijk hersteld worden.

Groenstrook Kalorama: de betonnen muren zijn een restant van de voormalige Haarlemmermeer-spoorlijn…

Groenstrook Hoofddorp

De lijn kruist vervolgens de ringweg (Weg om de Noord), en een groenstrook met geluidswallen. De lijn kan verder op maaiveld, er is hier geen kruisende infrastructuur. Ongeveer een kilometer verder, daalt het om de taxiway en de Vijfhuizerweg te kruisen. Het tracé draait hier ook, om naast de snelweg A5 te lopen.

Bij Knooppunt Raasdorp (A5/A9) moet het tracé dicht bij de A5 blijven, en dat vereist misschien verschuiving van een deel van het knooppunt. De lijn kan hier op viaduct, maar ook eventueel in ondiepe tunnel. Na het knooppunt zou de lijn overgaan in geboorde tunnel, dat niet meer pal naast de snelweg loopt. (Een tracé op viaduct is wel denkbaar, en die zou dichter bij de snelweg blijven).

Het tunnel-tracé loopt in een rechte lijn onder Park Zwanenburg, onder de Ringvaart, en aan de westzijde van de Raasdorperweg. Het tracé hier wordt bepaald door de noodaak om de A5 te kruisen, maar ook de brugpijlers van de Osdorperweg-brug te vermijden. Na de Osdorperweg draait de lijn, om aan te sluiten op de verschoven Haarlem-spoorlijn. Zoals voorzien in het Structuurplan 2002, is een aansluiting op de bestaande lijn uit Haarlem moeilijk, omdat het een scherpe bocht vereist.

kager tunnel route

Een aansluiting op de verschoven lijn (Bretten-tracé) is makkelijker uit te voeren. Een ruime bocht is hier haalbaar, in tunnel of op viaduct: beide kruisen de Haarlemmerweg. De aansluiting komt dicht bij het hier eerder voorgestelde Station Sierenborch, maar dat lijkt geen probleem.

Bretten-tracé en nieuw station …

Bretten spoorlijn

Luvernes station

De verlegde spoorlijn sluit zelf aan op de Hemlijn uit Zaandam: daarna volgt een ongelijkvloerse aansluiting met de Westtak, dat wil zeggen de lijn Sloterdijk – Riekerhaven -Schiphol. Kort na deze ‘Hemboog’ volgt Station Sloterdijk. Om de nieuwe lijn goed te benutten is het belangrijk dat er voldoende capaciteit is op dit station, en dat de treinen snel blijven rijden. Ze zouden pas afremmen bij het naderen van het Westerpark.

Bij de aanleg van Station Sloterdijk is rekening gehouden met twee extra sporen, aan weerskanten van de eilandperrons. Aan de noordkant is de ruimte nog vrij, hoewel gedeeltelijk in gebruik als fietspad. Aan de zuidkant werd, net buiten het station, een pijler van de Hemboog op de gereserveerde ruimte gebouwd. Ook naast de perrons is veel aangebouwd. Dat betekent dat de treinen vanaf de Raasdorp-lijn langs een van de perronsporen moeten, en dat kan niet op volle snelheid.

Ook tussen Sloterdijk en Amsterdam Centraal zijn extra sporen nodig. Er wordt al langer gedacht om dit gedeelte uit te breiden tot zes sporen. Bij het Westerpark volgt nog een ongelijkvloerse aansluiting met de sporen van de Westtak. Daarna zijn zes sporen beschikbaar tot aan Amsterdam Centraal: dit stuk is nog grotendeels 19e-eeuws, maar er is nauwelijks ruimte om het te verbeteren.

De nieuwe lijn wordt 17 km lang, gemeten vanaf de Bennebroekerweg tot zijn aansluiting met de bestaande Haarlem-lijn. Daarvan wordt circa een kilometer gedeeld met een verschoven Haarlem-lijn. Vanaf de Bennebroekerweg naar Centraal Station, via het Raasdorp-tracé, is het 23 km. Dat is maar een kilometer korter dan de bestaande route via de Westtak, maar de nieuwe lijn is bedoeld voor capaciteit en snelheid, niet voor afstandsverkorting. Met de HSL vanaf de Bennebroekerweg naar Rotterdam is overigens 46 km, in totaal 69 km Amsterdam – Rotterdam.

Na de aanleg van de Raasdorp-lijn, zouden sommige treinen vanaf de Schiphollijn en de HSL niet langer door Schiphol rijden. De lijn betekent extra capaciteit tussen Hoofddorp en Amsterdam Centraal – de Schipholtunnel heeft vier sporen, maar de Westtak slechts twee. Denkbaar is bijvoorbeeld zes treinen per uur tussen Amsterdam en Leiden (richting Den Haag), en zes treinen per uur tussen Amsterdam en Rotterdam (over de HSL). Het ontvlechten van de lijnen wordt in een volgende post over de Schiphollijn beschreven.

HSL-Zuid doortrekken naar Sloterdijk